maandag 19 januari 2015

THOMAS RENTMEISTER: THROWING SAND IN THE GEARS

Category: interview
Subject: Thomas Rentmeister on his work
Author: Peter Nijenhuis
Date: 10th of January 2015

Visual artist Thomas Rentmeister (1964, Reken, North Rhine-Westphalia) studied at the art academy of Düsseldorf under Günther Uecker and Alfonso Hüppi. Rentmeister's work was exhibited in Germany, France, The Netherlands and Australia. He lives and Works in Berlin and is a professor at the Kunsthochschule für Bildende Künste Braunschweig.

Since the nineties you work with products and materials anyone can find in an average European supermarket or hardware store. Your approach seems akin to that of minimalist artists in the sixties of the last century. You refrain from a personal touch, self-expression and traditional sculptural composition.  Like the minimalists you seem to prefer industrial products and their arrangement in a simple way, stacked or one thing after another. Sometimes however, your way of working seems to be a deliberate breach with the principles of Minimalism. Some of your works are objects, such as bread rolls and furniture cushions, cast into bronze, which seems to go against the minimalist rejection of illusion. Your work has unmistakably its own character, but it seems that it was not from the beginning simply what it is now. You graduate when you are thirty. It's the year 1993 and the next six years you make a series of polyester blobs. In 1999 you show for the first time a work in wich you applied Nutella chocolate spread. Two or three years later, somewhere in 2001 or 2002, you do something with an astounding and ravishing outcome: you smear the outside of refrigerators with Penaten baby cream. In 2005 you exhibit stacks and heaps of white consumer products such as sugar, paper, and polystyrene crumbs. Nowadays you also combine chocolate spread with iron wire mesh. Was the direction your work took throughout all these years the outcome of a pre-established question or a more or less delineated interest, or did you come where you are now by trying a lot of things and consequently rejecting certain things as well?
In the nineties I almost exclusively worked on a series of high gloss polished polyester sculptures, that some call 'blobs'. A small work, destined to be hung at the wall, in 1999 helped me to overcome this single minded focus on just one material. It was a thermoformed rack I found somewhere, to which I applied a layer of Nutella paste with the help of a breakfast knife. The resulting form had the characteristics that are well known from spreading a sandwich. Apart from some works dating from the mid eighties, like the Coffee cup line, this was the first work for which I used food products as a sculptural material. After ten years of polyester the Nutella rack was something of a fresh start because it stimulated me to enlarge my repertoire with materials such as Penaten baby cream, sugar and coffee powder and because these new materials I started to use, demanded a more radical approach. For some of my installations I limited processing to strewing which led to merely large quantities of material arranged in the form of heaps. Since then I developed my work in a playful way. My approach was not analytic, but intuitive and I tried my hand on all kinds of things.  I think my work is nonetheless characterized by a personal hand, the choice of materials and objects that are part of it, and the way I arrange them. Looking back on my work, although heterogeneous by nature, you can point out a recurrent theme, or even several recurrent themes.

THOMAS RENTMEISTER: ZAND IN DE RADEREN STROOIEN

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Thomas Rentmeister over zijn werk
Auteur: Peter Nijenhuis
Datum: 10 januari 2015

Beeldend kunstenaar Thomas Rentmeister (1964, Reken, Noordrijn-Westfalen) studeerde aan de kunstacademie van Düsseldorf onder Günther Uecker en Alfonso Hüppi. Werk van Rentmeister werd tentoongesteld in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Australië. Thomas Rentmeister woont en werkt in Berlijn en is als professor verbonden aan de Kunsthochschule für Bildende Künste Braunschweig.

THOMAS RENTMEISTER: SAND INS GETRIEBE STREUEN



Kategorie: Interview
Thema: Der Künstler Thomas Rentmeister über sein Werk
Autor: Peter Nijenhuis
Datum: 10 Januar 2015

Der Künstler Thomas Rentmeister (1964, Reken, Nordrhein-Westfalen) studierte an der Kunstakademie Düsseldorf bei Günther Uecker und Alfonso Hüppi. Sein Werkwurde in Ausstellungen in Deutschland, Frankreich, den Niederlanden und Australien gezeigt. Thomas Rentmeister wohnt und arbeitet in Berlin und ist Professor an der Kunsthochschule für Bildende Künste Braunschweig.

vrijdag 12 december 2014

KEUPR/van BENTM

Interview van Peter Nijenhuis met Michiel Keuper over KEUPR/vanBENTM in Parijs eind jaren negentig, het bezoek van André Leon Talley aan Arnhem en wonen en werken in Berlijn, gepubliceerd op het blog van Ontwerp Platform Arnhem.


DWWA redactie/editor Peter Nijenhuis.
contact: pheenijenhuis@gmail.com

MIROSLAV BALKA: WAAIERS VAN BETEKENIS

Paul Celan 1963 foto Lüfti Özkök 
Categorie: beschouwing
Onderwerp: de installatie Fragment van Miroslav Balka in Museum Arnhem
Auteur: Marlies Levels

Fragment, de tentoonstelling van de Poolse kunstenaar Miroslav Balka die tot 25 januari 2015 in het Museum Arnhem is te zien, bestaat uit negen werken waaraan een sterk inhoudelijk scenario ten grondslag ligt. Eerdere uitvoeringen van gelijknamige tentoonstellingen in Berlijn, Warschau en Moskou waren varianten op dit scenario, dat steeds werd aangepast aan de locatie. Fragment is in Arnhem gekoppeld aan de jaarlijkse herdenking van de Slag om Arnhem. De keuze voor de internationaal zeer bekende kunstenaar Miroslav Balka binnen dit kader is begrijpelijk. Zijn werk verwijst naar verleden en dood.

Verleden

Voor Miroslav Balka is het verleden de tijd waarmee en waarin we leven. Immers het heden is een voortdurend verschuivend heden en toekomst bestaat nauwelijks in dat verschiet. Hijzelf verklaarde daarover: Elke dag treed ik in de voetsporen van het verleden (…) het heden bestaat niet we kunnen het immer voortbewegende nooit grijpen (…) Hoewel we altijd naar de toekomst bewegen, blijven we toch verankerd in het verleden (…) alles wat we aanraken komt uit het verleden, het is onze toegangspoort tot de dood. Dit is voor mij heel belangrijk in mijn werk, het proberen dit bewustzijn van het leven te vangen.[1]

woensdag 10 september 2014

MIROSLAW BALKA: MIROSLAW BALKA IS NIET ALLEEN DUISTERNIS

Categorie: interview
Onderwerp: Miroslaw Balka over zijn solotentoonstelling Fragment in Arnhem en zijn werk
Datum gesprek: 5 september 2014
Auteur: Peter Nijenhuis

In het kader van de herdenking van Operatie Market Garden die in september 1944 plaatsvond, exposeert Miroslaw Balka (Warschau 1958) van 6 september 2014 tot en met 25 januari 2015 zijn werk Fragment in Museum Arnhem. Fragment bestaat uit een reeks video-installaties, de meeste op basis van filmbeelden die de kunstenaar maakte tijdens zijn bezoeken aan de voormalige nazivernietigingskampen in Polen.

Waarom confronteert u zichzelf en de bezoeker met de onpeilbaar trieste en ogenschijnlijk zinloze massavernietiging van burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog? Zijn dat dezelfde overwegingen op grond waarvan uw vriend, de Poolse, nu in Leeds wonende socioloog Zygmunt Bauman, schrijft over ogenschijnlijk onoplosbare vragen als de relatie tussen de Holocaust en de modernisering van de samenleving en het voortbestaan van criminaliteit, uitsluiting en angst in hedendaagse, welvarende samenlevingen?
Oorlogen gaan in mijn ogen niet alleen over veldslagen. Ze veroorzaken het lijden van burgers. Dat was honderd jaar geleden zo en nu nog steeds. Er is niets veranderd. Zygmunt Bauman pleit in zijn boeken voor het belang van de ‘randen’ en gemarginaliseerde groepen in zogenaamde gezonde samenlevingen. Net als ik spreekt hij over pijn. Er is geen andere manier om de feiten onder ogen te zien en problemen op te lossen dan ze ter discussie te stellen.

MIROSLAW BALKA: MIROSLAW BALKA IS NOT ONLY ABOUT DARKNESS

Category: interview
Subject: Miroslaw Balka on his exhibition Fragment and his work.
Date of the conversation: 5th of September 2014

Linked to the commemoration of Operation Market Garden, a failed military intervention during World War II near the Dutch city of Arnhem, the international acclaimed visual artist Miroslaw Balka (Warsaw 1958) will show his extensive work Fragment in Museum Arnhem from the 6th of September 2014 till the 25th of January 2015. Fragment, exhibited in the southern wing of the museum, consists of a series of video and sound installations most of them based on footage made by the artist during his visits to the former Nazi extermination camps in Poland.

donderdag 4 september 2014

ART BASEL 2014

Categorie: verslag
Onderwerp: kunstbeurs Art Basel editie 45, 19 tot en met 22 juni 2014
Auteur: Marlies Levels


Een bezoek aan Art Basel, het Luilekkerland van de hedendaagse kunst, is altijd een feest. De beurs is beroemd om zijn kwalitatief hoogstaande mondiale galeriebestand en geldt al jaren als maatstaf voor alle hedendaagse kunstbeurzen. Geen wonder dat de organisatie groeide en de satellietbeurzen Art Basel Miami en sinds twee jaar Art Basel Hong Kong voortbracht. Ook Design Miami/Basel hoort er sinds enkele jaren bij met 50 designgaleries in een eigen onderkomen.
 Zoals ieder jaar hadden moderne en eigentijdse kunst een eigen hal, met enkele kleinere segmenten. Feature belichtte een enkele kunstenaar of een thema. Statements was gereserveerd voor jonge galeries en Editions was de plek voor galeries met werk in oplage, grafiek en multiples. Het theoretische en beschouwende deel - Magazines, Salon en Conversations – bestemd voor de kunsttijdschriften en een programma van lezingen en discussies waarin spraakmakende critici, curatoren en beeldend kunstenaars aan het woord kwamen, was ondergebracht in de fonkelnieuwe hal van Herzog & De Meuron. Daarin vond ook de Unlimited plaats uitsluitend gewijd aan groot werk. Voor Parcours - kunst in de openbare ruimte - moest je zoals altijd de stad in en het filmprogramma draaide in de Baselse Stadtkino. Dit jaar was er in Hal 3 van het beurscomplex bovendien een klein overzicht van de geschiedenis van de performance onder de titel 14 Rooms.

zaterdag 26 juli 2014

MARIE JULIA BOLLANSÉE: HANDELINGEN ALS RITUEEL OF EEN CHOREOGRAFIE VAN HANDELINGEN

Categorie: beschouwing
Onderwerp: de performance Wind en het werk van beeldend kunstenares Marie Julia Bollansée
Auteur: Marlies Levels


Deze tekst zoomt in op de performance Wind van Marie Julia Bollansée (België 1960). Een uitvoering daarvan vond plaats op 18 mei 2014 in de tuin van het Museum Arnhem. De performance was een deel van het programma van de tentoonstelling Threads die tot 17 augustus 2014 in Museum Arnhem is te zien. [1]
 Wind (van het Engelse werkwoord 'wikkelen') is een ‘blauwe performance’ en we zullen zien dat kleur een betekenisvolle urgentie in het oeuvre van Marie Julia Bollansée heeft. In een klein omsloten deel van de museumtuin met in het midden een grote boom, zichtbaar vanuit de Rijnzaal waar het publiek zich bevindt, verschijnt opeens van rechts een blauwe vrouwelijke gedaante. Het is de kunstenares zelf met in de linkerhand een grote bol blauwe wol. Het blauw (een mengsel van lapis lazuli en ceruleum) heeft een onaards, onecht en betoverend effect door het contrast met de natuurlijke kleuren eromheen.
 De figuur begint het grasveld te omcirkelen van buiten naar binnen in steeds kleinere rondgangen. Ondertussen wikkelt ze de draad af en strooit ze die uit als in een zaaibeweging. In het gras ontstaat een eenvoudig labyrint. De rondgangen eindigen met een aantal korte cirkels om de boomstam die enkele malen wordt omwikkeld tot de draad op is. Vervolgens neemt de kunstenares plaats op een blauwe steen aan de voet van de boom, rug naar de stam, gezicht gericht op de Rijnzaal en het publiek. Ze transformeert het kleed waarin ze is gehuld. De lange, slipachtige uiteinden die om de schouders naar voren werden vastgehouden met een brede riem, worden losgemaakt en met een grote zwaai van de schouders geworpen. De aldus verlengde rok die nu zowel de voeten als de als sokkel fungerende steen bedekt, wordt verder uitgeplooid rondom de lichaamsas over de wortels van de boom. Dan staat Marie Julia Bollansée met de armen langs het lichaam ongeveer een half uur stil, in een bevroren houding, gelijk een sculptuur. Contouren van figuur en boomstam versmelten, waardoor de figuur aan monumentale allure wint.

vrijdag 18 april 2014

JOOST VAN DEN TOORN: GEEN KIND VAN DE VERLICHTING?

Categorie: beschouwing
Onderwerp: het werk van beeldend kunstenaar Joost van den Toorn
Auteur: Peter Nijenhuis
De afbeeldingen van de besproken werken staan onder deze tekst

Is het werk van de beeldend kunstenaar Joost van den Toorn (Amsterdam 1954) te betitelen als een voorbeeld van het zogenaamde postmodernisme? Op grond van de beelden die Joost van den Toorn maakte in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw is daar wel iets voor te zeggen. De kunstenaar zelf zal, naar ik vermoed, met de betiteling ‘postmodern’ echter niet in zijn schik zijn. Toen ik hem jaren geleden sprak en in verband met zijn werk de term postmodernisme liet vallen, reageerde hij nogal ongelukkig. Van den Toorn heeft meer dan eens aangevoerd dat hij, wars van allerlei vormen van kunsttheorie, als kunstenaar zijn eigen gang gaat. Die houding is begrijpelijk. Geen enkele kunstenaar is geneigd om zijn werk te beschouwen als de uitwerking van andermans ideeën. Bovendien wordt er over het postmodernisme tot op de dag van vandaag zeer afwijzend geoordeeld. Dat afwijzende oordeel wordt overigens ook weer niet door iedereen gedeeld. De meningen lopen uiteen en dat alles bij elkaar opgeteld, dwingt ertoe om, alvorens in te gaan op het werk van Van den Toorn, eerst te bepalen wat er onder postmodernisme verstaan kan worden. Dat laatste lijkt echter onmogelijk zonder het af te zetten tegen wat eraan voorafgaat, en laat ik met de aanduiding daarvan dan maar beginnen.

maandag 28 oktober 2013

BAS VAN DEN HURK: STOMTOEVALLIG EN ONONTKOOMBAAR

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Bas van den Hurk over zijn werk
Datum gesprek: 17 oktober 2013

Beeldend kunstenaar Bas van den Hurk (Tilburg, 1965) studeerde aan de afdeling Monumentale Vormgeving en Schilderkunst van Academie St.Joost in Breda en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam waar hij in 1996 zijn doctoraalexamen behaalde. Bas van den Hurk is behalve kunstenaar, docent theorie aan MFA AKV/ST.Joost en mede-oprichter en organisator van Whatspace, een platform voor de productie en presentatie van kunst met een steeds wisselende basis in Nederland en daarbuiten.

Je werk oogt complex. Je hebt wel eens gezegd dat je in je atelier intuïtief te werk gaat, maar schuilt achter dat intuïtieve handelen ook niet een idee over hoe je werk eruit moet zien?
Wat ik met het woord intuïtie bedoel, is zeker niet dat ik min of meer blanco of in een roes aan het werk ben. Ik ben al lang werkzaam als kunstenaar, ik heb veel gezien, ik denk na over mijn werk en dat van anderen en ik heb in de loop van de tijd ook aardig wat gelezen. Die achtergrond kun je terwijl je werkt niet vergeten of uitschakelen. Ik heb me met de uitspraak dat ik intuïtief te werk ga ook willen afzetten tegen een kunstopvatting die kunst voorstelt als een vorm van kennisproductie. Voor mij is kunst dat nu juist niet. Kunst is een manier om je uit te drukken in de taal en de materialen van de kunst. Intuïtief werken wil voor mij zeggen dat je tast en zoekt naar wat zich via het materiële uitdrukt. Kennis komt daarbij van pas, maar wat zich via het materiële uitdrukt is niet zomaar te vatten. Wat de heterogene materialiteit van een werk oproept valt – in ieder geval ten dele – buiten het begrijpelijke en het zegbare.

dinsdag 20 augustus 2013

KLAAS KLOOSTERBOER: IK BEN NIET DE BAAS

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Klaas Kloosterboer over zijn werk
Datum gesprek: 14 augustus 2013

Beeldend kunstenaar Klaas Kloosterboer (Schermer 1959) koos na de middelbare school aanvankelijk voor een opleiding tot tekenleraar, maar doorliep uiteindelijk van 1979 tot 1983 de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Werk van Klaas Kloosterboer maakt samen met dat van Jim Shaw en Chris Martin deel uit van de tentoonstelling XXXL Painting die tot en met 29 september 2013 is te zien in de Onderzeebootloods in Rotterdam. In september 2013 openen maar liefst drie andere tentoonstellingen van Kloosterboers werk: een dubbeltentoonstelling in Galerie Van Gelder en Ellen de Bruijne Projects in Amsterdam en Galerie Sassa Trülzsch in Berlijn.

Je werk is niet eenvoudig te duiden. Nu heb ik altijd de hoop dat je een kunstenaar kunt vragen om zijn werk uit te leggen. Maar is dat werk voor jou als maker wel een open boek, of eerder een onderneming waarvan de uitkomst en de betekenis vooralsnog niet vaststaan en waarnaar ook jij hoogstens kunt gissen?
Onlangs is de fotograaf en beeldend kunstenaar Allan Sekula overleden. Die zei ooit: ‘fotograferen is denken’. Ik denk dat hij bedoelde dat fotograferen niet een kwestie is van simpelweg op een knopje drukken. Je moest er bij nadenken. Sekula’s uitspraak veronderstelt dat denken en handelen samen kunnen gaan. Zoiets zou ik wel willen bereiken, maar wat mij betreft gaapt tussen denken en doen een paradoxale kloof. Denken is niet zelden twijfelen over handelen en ook vaak het uitstellen van handelen. Aan de andere kant: denken is nodig. Je kunt niet steeds blindelings handelen. Je moet er over nadenken, maar dat zit het handelen dan weer in de weg. Dat ik weet wat ik doe en doe wat ik weet, kan ik niet zeggen. Dat is ook niet wenselijk, denk ik. Ik werk als kunstenaar in mijn atelier om iets onverwachts mee te maken en om iets uit te vinden wat ik daarvoor nog niet wist of inzag. Als het resultaat van mijn werk overeen zou komen met wat ik wist of inzag of had bedacht vóór ik er aan begon, zou ik het niet beschouwen als werk.

woensdag 22 mei 2013

MARTIJN SCHUPPERS: VOORUITGANG IN DE KUNST

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Martijn Schuppers over zijn werk
Datum gesprek: 17 april 2013

Martijn Schuppers (Almelo 1967) studeerde eind jaren tachtig en begin jaren negentig aan de Groningse Academie Minerva en vervolgde zijn studie, eind jaren negentig, met een masteropleiding aan het Frank Mohr Instituut. Hij wordt in Nederland vertegenwoordigd door de Amsterdamse galerie VOUSETES ICI, woont en werkt in Groningen en geeft les op de kunstacademie waar hij zelf werd gevormd.

Heb je ooit overwogen om op te houden met schilderen?
Meer dan eens, maar op een of andere manier ben ik niet in staat geweest om aan het schilderen te ontkomen. Ik heb er ook wel aanleg voor. Als kind tekende ik al veel. Tekenen en schilderen naar waarneming gingen me op de kunstacademie gemakkelijk af. Dat had zo zijn gevolgen. Eind jaren tachtig was de kunstacademie nog verdeeld in kampen. Je had de figuratieven, zoals Matthijs Röling, die wilden aanknopen bij de traditie van de figuratieve schilderkunst, en het kamp van de afgeleide waarneming, de abstracten. Die kampen gingen niet altijd vriendelijk met elkaar om. Omdat ik behoorlijk kon tekenen en schilderen naar waarneming werd ik automatisch tot het eerste kamp gerekend. Ik werd beschouwd als een belofte voor de figuratie.

DE BEMIDDELENDE ONTWERPER

Er bestaan in Nederland grofweg twee soorten ontwerpers. De eerste soort wordt gevormd op een kunstacademie waar ook onderwijs wordt gegeven in disciplines als grafische vormgeving, vrije kunst en mode. De intellectuele horizon op een kunstacademie is de kunst- en ontwerpgeschiedenis. Tot voor kort begonnen aan kunstacademies opgeleide ontwerpers na hun studie veelal een eigen praktijk en ontwierpen ze vormgevingsproducten voor een betrekkelijk klein publiek van kenners en liefhebbers. De andere soort ontwerper wordt gevormd op wat vroeger de hts heette, de hogere technische school, en wat tegenwoordig de faculteit techniek van een hogere beroepsopleiding is. Verwante opleidingen zijn daar werktuigbouwkunde, technische bedrijfskunde, embedded systems engineering en elektrotechniek. De horizon wordt hier vooral bepaald door de ontwikkelingen in de techniek en de praktijk van het bedrijfsleven, zo lijkt het. Maar wat weten we werkelijk van ontwerpers zoals ze aan technische faculteiten worden opgeleid? Over hun werk is in krantenbijlagen en modetijdschriften niet zoveel te lezen. Hieronder volgen interviews met studenten en met de onderwijscoördinator van de opleiding Industrieel Product Ontwerpen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, met een aan die opleiding afgestudeerde ontwerpster, Lilian van Daal, en met de lector Duurzame Energie, Piet Sonneveld.

donderdag 24 januari 2013

ALFRED EIKELENBOOM: UTOPISCHE MODELLEN

Categorie: interview
Onderwerp: Alfred Eikelenboom over zijn werk en ontwikkeling als kunstenaar
Datum gesprek: 17 januari 2013

Alfred Willem Eikelenboom (1936, Tegal, Indonesië) kwam voor de Tweede Wereldoorlog met zijn ouders naar Nederland en groeide op in Den Haag. De kunstenaar, die tegenwoordig in Dordrecht woont, ontwikkelde in de jaren zestig zijn Utopische Modellen, verkenningen op de grens tussen architectuur en sculptuur, die hij in de jaren zeventig en negentig tentoonstelde in het Haags Gemeentemuseum en Museum Boijmans Van Beuningen. Alfred Eikelenboom realiseerde in 1987 op het Amsterdamse IJplein De Muur, een project in de openbare ruimte waarvoor hij werd uitgenodigd door toedoen van onder andere Rem Koolhaas, die de omringende nieuwbouw ontwierp. Voor zijn werk ontving Eikelenboom in 2002 de oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

SUBCULTUUR: Dagschotel, Rave Train, Camping Comfort Zone, PopupKlup en 8Bahn



Waarom aandacht besteden aan de lokale feest- en muziekscene op een blog dat gewoonlijk is gewijd aan beeldende kunst en ontwerp? Het antwoord is, omdat het in de muziek- en feestscene hoe dan ook gaat om smaakontwikkeling en, in het verlengde daarvan, om symbolische zelfbepaling, groepsvorming en afbakening tegenover andere groepen en smaken. De lokale feest- en muziekscene is met andere woorden een cultureel verschijnsel, weliswaar onderscheiden van traditionele, gevestigde culturele orde, maar daarom niet minder de moeite waard.


Cees van Dijk: Dagschotel
Datum gesprek: 19 december 2012

Cees van Dijk (1991) behaalde zijn vwo-diploma aan het Arentheem College in Arnhem en bezocht daarna de Vrije Hoge School in Driebergen. Cees van Dijk woont in Utrecht en in Arnhem en overweegt om volgend jaar muziekmanagement aan de HKU te gaan studeren. Hij is met Janai Shiboleth de organisator van Dagschotel, een maandelijkse gebeurtenis in het Arnhemse popcentrum Willemeen.

Hoe noem je jezelf, dj of zoiets?
Nee, zeker geen dj. Iedereen noemt zich tegenwoordig dj. Ik draai, maar ik organiseer ook.

donderdag 8 november 2012

ROSEMIN HENDRIKS: IN HET TEKENEN NAAR AANLEIDING VAN MIJN EIGEN HOOFD, KOM IK ALLES TEGEN WAT IK ALS KUNSTENAAR NODIG HEB



Categorie: interview
Onderwerp: Rosemin Hendriks over de rol die vorm, psychologie, uitdrukking en visuele effecten spelen in haar zelfportretten
Datum gesprek: 13 september en 1 november 2012

Rosemin Hendriks (Velp 1968) studeerde van 1987 tot 1992 aan de afdeling Vrije Kunst van de Arnhemse kunstacademie en van 1992 tot 1994 aan De Ateliers in Amsterdam.

EXTRA: FIAC PARIJS, KIJKEN TOT JE NIETS MEER ZIET


Categorie: fotoverslag
Onderwerp: Foire Internationale d‘Art Contemporaine (FIAC) Parijs 18 tot en met 20 oktober 2012
Auteur: Marlies Levels

De Foire Internationale d‘Art Contemporaine (FIAC) in Parijs is een van de vele handelsbeurzen van hedendaagse en moderne kunst die de laatste decennia in Europa en Amerika worden gehouden. Dit jaar vond de beurs voor de 39ste keer plaats in de gerenoveerde en in 2004 opnieuw in gebruik genomen grote hal, le Grand Nef, van het Grand Palais.

FIAC haalt het niet bij Art Basel, zeker niet alleen in mijn ogen numeriek en kwalitatief de beste kunstbeurs, maar neemt met andere kunstbeurzen zoals Arco Madrid, Frieze in Londen of Artissima in Turijn, een goede tweede plaats in. FIAC trekt veel vooraanstaande internationale galeristen, maar heeft een onmiskenbaar Frans accent. Van de ongeveer 180 deelnemende galeries kwamen er dit jaar rond de 60 uit Frankrijk en voornamelijk uit Parijs. De populariteit en de kwaliteit van deze beurs is ten opzichte van Frieze de laatste twee jaar aanzienlijk gestegen.

maandag 16 juli 2012

INEKE HANS: DINGEN WAAR NIETS AAN TE VERBETEREN VALT

Categorie: interview
Onderwerp: over de betekenis van het verleden, ontwerpen en communiceren, nieuwe technieken en ontwerp in tijden van crisis
Datum gesprek: 22 juni 2012

Ineke Hans (Zelhem 1966) studeerde aan de afdeling 3D (nu Product Design) van de Arnhemse kunstacademie. Ze behaalde in 1995 haar master’s degree Furniture Design aan het Royal College of Art in Londen en werkte drie jaar voor Habitat. In 1998 begon ze studio Ineke Hans.

KUNST KUNST KANTOOR: KUNST OPNIEUW UITVINDEN ALS MEDIAGEBEURTENIS

Categorie: interview
Onderwerp: het overleven van de kunst in tijden van ingrijpende veranderingen
Datum gesprek: 5 juli 2012

Frank Blommestijn(Arnhem 1989) en Michiel van der Werf (Arnhem 1987), onder meer opererend als DJ Walnoot, opende op 4 juli het KUNST KUNST KANTOOR op de bovenste verdieping van de kunstacademie in Arnhem.

SASCHA VAN RIEL: OPEN REPETITIE OP DE VIERDE VERDIEPING VAN HET WHITNEY MUSEUM


Categorie: interview
Onderwerp: over werkelijkheid en illusie in het theater en haar samenwerking met de Amerikaanse regisseur en schrijver Richard Maxwell
Datum gesprek: 22 juni 2012

Sascha van Riel (Enschede 1969) studeerde aan de afdeling 3D (nu Product Design) van de Arnhemse kunstacademie, aan de Universität der Künste in Berlijn en aan de HKU. Ze werkte vervolgens als licht- en decorontwerper onder meer voor Het Zuidelijk Toneel, Toneelgroep Amsterdam en New York City Players.

zaterdag 24 maart 2012

HANS EIJKELBOOM: SÃO PAULO




Categorie: interview
Onderwerp: Hans Eijkelboom over zijn werk en zijn deelname aan de biënnale van São Paulo 2012
Datum gesprekken: 9 en 23 maart 2012
Ook gepubliceerd in het Portugees in het Braziliaanse e-magazine Performatus

Hans Eijkelboom studeerde van 1968 tot 1973 aan de afdeling Monumentale Vormgeving van de Arnhemse Kunstacademie en van 1971 tot 1972 aan Ateliers '63 in Haarlem.

In 1971, toen je nog pas 21 jaar oud was, werd je gevraagd om deel te nemen aan de toenmalige Sonsbeektentoonstelling die werd samengesteld door Wim Beeren. Je werk was in die tijd conceptueel en is dat nog steeds. Waarom koos je al zo jong voor die conceptuele benadering, kreeg je dat van huis uit mee?
Mijn vader was elektromonteur bij de PGEM, het toenmalige energiebedrijf, met andere woorden een geschoolde arbeider. Ik kan niet me niet herinneren dat ik met mijn ouders naar een museum of schouwburg ging. Kunst was wel in huis aanwezig. Er is een foto van mij waarop ik als veertienjarige thuis in mijn jongenskamer wat broeierig op mijn bed lig. Op de achtergrond zie je allemaal ingelijste reproducties van werkjes van Van Gogh. Veel belangrijker voor mij, althans als ik daar nu op terugkijk, was dat mijn ouders politiek geëngageerd waren. Ik groeide op in de tijd van de wederopbouw na de oorlog. Iedereen geloofde dat het beter zou worden, dat macht en welvaart eerlijker verdeeld moesten worden en dat de maatschappij maakbaar was. Mijn ouders waren ervan overtuigd dat je de maatschappij met goede ideeën beter kon inrichten, maar goede ideeën moest je natuurlijk wel ontwikkelen. Mijn houding en belangstelling als kunstenaar is daardoor beïnvloed, denk

LEVI VAN VELUW: CONTROLE


Categorie: interview
Onderwerp: Levi van Veluw over zijn werk
Datum gesprek: 15 maart 2012

Levi van Veluw (Hoevelaken 1985) studeerde van 2003 tot 2007 aan de afdeling Vrije Kunst van de kunstacademie in Arnhem. Zijn foto's trokken al snel de aandacht en inmiddels heeft Levi van Veluw, die wordt vertegenwoordigd door Galerie Ron Mandos, een behoorlijk aantal tentoonstellingen en publicaties op zijn naam.

In 2007, toen je afstudeerde aan de kunstacademie, maakte je foto's waarin je het zelfportret als genre combineerde met de tekening en elementen die je ogenschijnlijk afleidde van performance, body art en misschien wel het snapshot. Kun je uitleggen hoe je daar toe kwam?
Mijn benadering was in eerste instantie formeel. Het ging me om vorm en de mogelijkheden daarvan. Op de academie maakte ik met een groepje mensen video's. Wat ons interesseerde waren de grenzen van enscenering en manipulatie. Als je iets filmt is het bijna per definitie waar, ook al is alles van A tot Z geënsceneerd. Maar hoever kon je daarin gaan? Wanneer

JOOST VAN DER STEEN: DE TIJDSCHRIFTEN DIE JE IN DE WINKEL NOOIT TEGENKOMT


Categorie: interview
Onderwerp: Joost van der Steen over het tijdschriftenfestival Facing Pages
Datum gesprek: 7 maart 2012

Joost van der Steen (Vught 1982) studeerde van 2001 tot 2005 aan de afdeling Grafisch Ontwerpen van de kunstacademie in Arnhem. In 2005 begon hij met William van Giessen ontwerpbureau O.K. Parking. Van der Steen en Van Giessen namen in 2010 het initiatief voor het O.K. Festival, een festival voor de makers en liefhebbers van onafhankelijke tijdschriften. Het eerste festival trok bezoekers en deelnemers uit de hele wereld. Dit voorjaar vindt het voor de tweede maal plaats onder de naam Facing Pages op 20, 21 en 22 april in het voormalige MEE-gebouw aan de Trans nummer 6 in Arnhem.

Je bent, behalve een van de initiatiefnemers van het tijdschriftenfestival Facing Pages, mede-eigenaar van het ontwerpbureau O.K. Parking. Kun je uitleggen wie je opdrachtgevers zijn en wat je voor ze doet?
Onze opdrachtgevers komen voor een deel uit de culturele sector. We werken onder meer voor Museum Boymans Van Beuningen in Rotterdam, Premsela en Artez. Voor die opdrachtgevers doen we zeer uiteenlopende dingen. We maken boeken, jaarverslagen, applicaties, websites, maar ontwerpen ook de inrichting van tentoonstellingen. Voor een

vrijdag 24 februari 2012

HANS JUNGERIUS: ONTGINNING VANUIT DE KUNST

Hans Jungerius voor de mobiele expositieruimte MIR van Alphons ter Avest

Categorie: interview
Onderwerp: Hans Jungerius over het project Kamp Koningsweg
Datum gesprek: 9 februari 2012

Hans Jungerius (Doetinchem 1969) studeerde van 1993 tot 1997 aan de afdeling Architectonische Vormgeving/Monumentaal van de Kunstacademie in Arnhem. In 2000 richtte hij met Rob Groot Zevert, Melle Smets en Jurr van Diggelen het kunstenaarsinitiatief G.A.N.G op.

In het verleden heb je je als initiatiefnemer van Stichting G.A.N.G. beziggehouden met de openbare ruimte in vooral stedelijke gebieden. Belangrijke kwesties daarbij waren hoe maken mensen gebruik van de openbare ruimte, hoe kijken ze daar tegen aan en wat zijn de nog niet benutte mogelijkheden die het gebruik en de beleving van de openbare ruimte zouden kunnen verbeteren. Sinds juli 2011 ben je een soort culturele huismeester van een voormalig militair terrein dat midden in de bossen ligt. Wat is de zin van een kunstinitiatief in een afgelegen natuurgebied aan de noordelijke rand van Arnhem?
Bij je omschrijving van dit gebied als natuurgebied, zou ik een kanttekening willen plaatsen. Dat hier veel bomen staan wil niet zeggen dat het om natuur in een ongerepte staat gaat. Van oudsher was dit zogenaamde woeste grond. Vóór de negentiende eeuw was de Veluwe een heidelandschap waar schapen liepen. Die werden gehouden vanwege hun economische belang. Toen in het midden van de negentiende eeuw de

MARTEN HENDRIKS: VORM IS EERDER EEN BEGIN, DAN EEN EINDPUNT



Categorie: interview
Onderwerp: Marten Hendriks over zijn werk en de installatie False Front van 2010
Datum gesprek: 25 januari 2012

Marten Hendriks (Doetinchem 1941) studeerde van 1958 tot 1963 aan de Arnhemse Academie voor Kunst en Kunstnijverheid. Aan die Academie was hij van 1977 tot 2001 verbonden als docent van de afdeling Vrije Kunst. In 1971 en in 2001 organiseerde het Arnhemse Museum van Moderne Kunst solotentoonstellingen van zijn werk.

Ik wilde het hebben over False Front, een installatie die je in de zomer van 2010 hebt gemaakt op de benedenverdieping van een pand aan de Apeldoornsestraat in Arnhem. Maar laten we het eerst hebben over je eerdere werk en de ontwikkeling daarvan. Na 2000 heb je niet meer geschilderd. Was dat een kwestie van een plotseling besluit?
Nee er was geen sprake van een besluit. Op een gegeven moment waren er gewoonweg andere dingen waar ik me bezighield. Ik heb altijd meerderde disciplines naast elkaar gebruikt en vermengd. Ik heb gefotografeerd, gefilmd en me beziggehouden met geluid, performances en installaties. Ik maakte stencilboeken en samen met G.J. de Rook tijdschriften. Je moet niet vergeten dat mijn generatie druk in de weer was met het verruimen van het idee wat een kunstwerk was of zou kunnen zijn. Het kon een schilderij zijn of een ruimtelijk werk, maar even goed iets heel anders. Een multidisciplinaire aanpak lag dus voor de hand.

BAS KOOLS: HOE KUN JE BETER SAMENLEVEN?



Categorie: interview
Onderwerp: Bas Kools over de verbreding van het vak ontwerpen.
Data mailverkeer: 25 januari tot en met 7 februari 2012

Bas Kools (Sprang-Capelle 1981) studeerde van 2011 tot 2005 aan de afdeling 3D Design van Artez in Arnhem en van 2005 tot 2007 aan de afdeling Product Design van de Royal College in Londen. Hij woont op dit moment in Berlijn.

Wat heb je na je studies allemaal gedaan?
Ik heb vooral geprobeerd om op grond van mijn bezigheden en mijn belangstelling te formuleren wie ik als vormgever ben, wat ik te bieden heb en hoe ik dat het beste tot zijn recht kan laten komen. Mijn bezigheden en mijn belangstelling zijn nogal breed. Ik heb me al tijdens mijn studie beziggehouden met keramiek, experimenten met andere materialen en met illustratie. Op grond daarvan werd ik in Londen door Muf Architecture Art, een architectenbureau, gevraagd om workshops te bedenken. In Londen heb ik onder meer lesgegeven aan jongeren uit

FLOS WILDSCHUT: MENSEN PRIKKELEN MET KWALITEIT

MMKA. Foto Willem Franken
Categorie: interview
Onderwerp: Flos Wildschut over het onderwerp condensed reality en de Biënnale Gelderland 2012
Data-mailverkeer 20 februari 2012

Flos Wildschut (Heerlen, 1960) studeerde van 1980 tot 1989 kunstgeschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Ze werkte de afgelopen 15 jaar als curator bij het Nederlands Foto Instituut (nu Nederlands Foto Museum) te Rotterdam en was voorzitter stimuleringssubsidies bij het Fonds BKVB (nu Mondriaan Fonds). Sinds 3 jaar werkt zij als onafhankelijk curator. Voor het Museum voor Moderne Kunst Arnhem maakte zij, samen met Krien Clevis, in 2009 de tentoonstelling Ophelia, Sehnsucht, melancholie en doodsverlangen. In 2011 stelde zij met Charlotte van Lingen voor de Kunsthal in Rotterdam de fotografietentoonstelling Voor de lens: Crisis! samen. De tentoonstelling Proeftuin, die eind vorig jaar in Showroom Arnhem plaatsvond was eveneens van haar hand.

Je gaat als curator een tentoonstelling samenstellen en inrichten die in september en oktober 2012 is te zien in Museum voor Moderne Kunst in Arnhem. De tentoonstelling, onder de titel De wereld zien in een korrel zand, moet inzicht bieden in de recente kunstproductie in Gelderland. Denk je,