
Er
bestaan in Nederland grofweg twee soorten ontwerpers. De eerste soort wordt
gevormd op een kunstacademie waar ook onderwijs wordt gegeven in disciplines
als grafische vormgeving, vrije kunst en mode. De intellectuele horizon op een
kunstacademie is de kunst- en ontwerpgeschiedenis. Tot voor kort begonnen aan
kunstacademies opgeleide ontwerpers na hun studie veelal een eigen praktijk en
ontwierpen ze vormgevingsproducten voor een betrekkelijk klein publiek van
kenners en liefhebbers. De andere soort ontwerper wordt gevormd op wat
vroeger de hts heette, de hogere technische school, en wat tegenwoordig de faculteit
techniek van een hogere beroepsopleiding is. Verwante opleidingen zijn daar
werktuigbouwkunde, technische bedrijfskunde, embedded systems engineering en
elektrotechniek. De horizon wordt hier vooral bepaald door de ontwikkelingen in
de techniek en de praktijk van het bedrijfsleven, zo lijkt het. Maar wat weten
we werkelijk van ontwerpers zoals ze aan technische faculteiten worden opgeleid?
Over hun werk is in krantenbijlagen en modetijdschriften niet zoveel te lezen. Hieronder
volgen interviews met studenten en met de onderwijscoördinator van de opleiding
Industrieel Product Ontwerpen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, met een
aan die opleiding afgestudeerde ontwerpster, Lilian van Daal, en met de lector
Duurzame Energie, Piet Sonneveld.