Posts tonen met het label Clement Greenberg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Clement Greenberg. Alle posts tonen

vrijdag 18 april 2014

JOOST VAN DEN TOORN: GEEN KIND VAN DE VERLICHTING?

Categorie: beschouwing
Onderwerp: het werk van beeldend kunstenaar Joost van den Toorn
Auteur: Peter Nijenhuis
De afbeeldingen van de besproken werken staan onder deze tekst

Is het werk van de beeldend kunstenaar Joost van den Toorn (Amsterdam 1954) te betitelen als een voorbeeld van het zogenaamde postmodernisme? Op grond van de beelden die Joost van den Toorn maakte in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw is daar wel iets voor te zeggen. De kunstenaar zelf zal, naar ik vermoed, met de betiteling ‘postmodern’ echter niet in zijn schik zijn. Toen ik hem jaren geleden sprak en in verband met zijn werk de term postmodernisme liet vallen, reageerde hij nogal ongelukkig. Van den Toorn heeft meer dan eens aangevoerd dat hij, wars van allerlei vormen van kunsttheorie, als kunstenaar zijn eigen gang gaat. Die houding is begrijpelijk. Geen enkele kunstenaar is geneigd om zijn werk te beschouwen als de uitwerking van andermans ideeën. Bovendien wordt er over het postmodernisme tot op de dag van vandaag zeer afwijzend geoordeeld. Dat afwijzende oordeel wordt overigens ook weer niet door iedereen gedeeld. De meningen lopen uiteen en dat alles bij elkaar opgeteld, dwingt ertoe om, alvorens in te gaan op het werk van Van den Toorn, eerst te bepalen wat er onder postmodernisme verstaan kan worden. Dat laatste lijkt echter onmogelijk zonder het af te zetten tegen wat eraan voorafgaat, en laat ik met de aanduiding daarvan dan maar beginnen.

maandag 28 oktober 2013

BAS VAN DEN HURK: STOMTOEVALLIG EN ONONTKOOMBAAR

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Bas van den Hurk over zijn werk
Datum gesprek: 17 oktober 2013

Beeldend kunstenaar Bas van den Hurk (Tilburg, 1965) studeerde aan de afdeling Monumentale Vormgeving en Schilderkunst van Academie St.Joost in Breda en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam waar hij in 1996 zijn doctoraalexamen behaalde. Bas van den Hurk is behalve kunstenaar, docent theorie aan MFA AKV/ST.Joost en mede-oprichter en organisator van Whatspace, een platform voor de productie en presentatie van kunst met een steeds wisselende basis in Nederland en daarbuiten.

Je werk oogt complex. Je hebt wel eens gezegd dat je in je atelier intuïtief te werk gaat, maar schuilt achter dat intuïtieve handelen ook niet een idee over hoe je werk eruit moet zien?
Wat ik met het woord intuïtie bedoel, is zeker niet dat ik min of meer blanco of in een roes aan het werk ben. Ik ben al lang werkzaam als kunstenaar, ik heb veel gezien, ik denk na over mijn werk en dat van anderen en ik heb in de loop van de tijd ook aardig wat gelezen. Die achtergrond kun je terwijl je werkt niet vergeten of uitschakelen. Ik heb me met de uitspraak dat ik intuïtief te werk ga ook willen afzetten tegen een kunstopvatting die kunst voorstelt als een vorm van kennisproductie. Voor mij is kunst dat nu juist niet. Kunst is een manier om je uit te drukken in de taal en de materialen van de kunst. Intuïtief werken wil voor mij zeggen dat je tast en zoekt naar wat zich via het materiële uitdrukt. Kennis komt daarbij van pas, maar wat zich via het materiële uitdrukt is niet zomaar te vatten. Wat de heterogene materialiteit van een werk oproept valt – in ieder geval ten dele – buiten het begrijpelijke en het zegbare.

woensdag 22 mei 2013

MARTIJN SCHUPPERS: VOORUITGANG IN DE KUNST

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Martijn Schuppers over zijn werk
Datum gesprek: 17 april 2013

Martijn Schuppers (Almelo 1967) studeerde eind jaren tachtig en begin jaren negentig aan de Groningse Academie Minerva en vervolgde zijn studie, eind jaren negentig, met een masteropleiding aan het Frank Mohr Instituut. Hij wordt in Nederland vertegenwoordigd door de Amsterdamse galerie VOUSETES ICI, woont en werkt in Groningen en geeft les op de kunstacademie waar hij zelf werd gevormd.

Heb je ooit overwogen om op te houden met schilderen?
Meer dan eens, maar op een of andere manier ben ik niet in staat geweest om aan het schilderen te ontkomen. Ik heb er ook wel aanleg voor. Als kind tekende ik al veel. Tekenen en schilderen naar waarneming gingen me op de kunstacademie gemakkelijk af. Dat had zo zijn gevolgen. Eind jaren tachtig was de kunstacademie nog verdeeld in kampen. Je had de figuratieven, zoals Matthijs Röling, die wilden aanknopen bij de traditie van de figuratieve schilderkunst, en het kamp van de afgeleide waarneming, de abstracten. Die kampen gingen niet altijd vriendelijk met elkaar om. Omdat ik behoorlijk kon tekenen en schilderen naar waarneming werd ik automatisch tot het eerste kamp gerekend. Ik werd beschouwd als een belofte voor de figuratie.