maandag 19 januari 2015

THOMAS RENTMEISTER: THROWING SAND IN THE GEARS

Category: interview
Subject: Thomas Rentmeister on his work
Author: Peter Nijenhuis
Date: 10th of January 2015

Visual artist Thomas Rentmeister (1964, Reken, North Rhine-Westphalia) studied at the art academy of Düsseldorf under Günther Uecker and Alfonso Hüppi. Rentmeister's work was exhibited in Germany, France, The Netherlands and Australia. He lives and Works in Berlin and is a professor at the Kunsthochschule für Bildende Künste Braunschweig.

Since the nineties you work with products and materials anyone can find in an average European supermarket or hardware store. Your approach seems akin to that of minimalist artists in the sixties of the last century. You refrain from a personal touch, self-expression and traditional sculptural composition.  Like the minimalists you seem to prefer industrial products and their arrangement in a simple way, stacked or one thing after another. Sometimes however, your way of working seems to be a deliberate breach with the principles of Minimalism. Some of your works are objects, such as bread rolls and furniture cushions, cast into bronze, which seems to go against the minimalist rejection of illusion. Your work has unmistakably its own character, but it seems that it was not from the beginning simply what it is now. You graduate when you are thirty. It's the year 1993 and the next six years you make a series of polyester blobs. In 1999 you show for the first time a work in wich you applied Nutella chocolate spread. Two or three years later, somewhere in 2001 or 2002, you do something with an astounding and ravishing outcome: you smear the outside of refrigerators with Penaten baby cream. In 2005 you exhibit stacks and heaps of white consumer products such as sugar, paper, and polystyrene crumbs. Nowadays you also combine chocolate spread with iron wire mesh. Was the direction your work took throughout all these years the outcome of a pre-established question or a more or less delineated interest, or did you come where you are now by trying a lot of things and consequently rejecting certain things as well?
In the nineties I almost exclusively worked on a series of high gloss polished polyester sculptures, that some call 'blobs'. A small work, destined to be hung at the wall, in 1999 helped me to overcome this single minded focus on just one material. It was a thermoformed rack I found somewhere, to which I applied a layer of Nutella paste with the help of a breakfast knife. The resulting form had the characteristics that are well known from spreading a sandwich. Apart from some works dating from the mid eighties, like the Coffee cup line, this was the first work for which I used food products as a sculptural material. After ten years of polyester the Nutella rack was something of a fresh start because it stimulated me to enlarge my repertoire with materials such as Penaten baby cream, sugar and coffee powder and because these new materials I started to use, demanded a more radical approach. For some of my installations I limited processing to strewing which led to merely large quantities of material arranged in the form of heaps. Since then I developed my work in a playful way. My approach was not analytic, but intuitive and I tried my hand on all kinds of things.  I think my work is nonetheless characterized by a personal hand, the choice of materials and objects that are part of it, and the way I arrange them. Looking back on my work, although heterogeneous by nature, you can point out a recurrent theme, or even several recurrent themes.

THOMAS RENTMEISTER: ZAND IN DE RADEREN STROOIEN

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Thomas Rentmeister over zijn werk
Auteur: Peter Nijenhuis
Datum: 10 januari 2015

Beeldend kunstenaar Thomas Rentmeister (1964, Reken, Noordrijn-Westfalen) studeerde aan de kunstacademie van Düsseldorf onder Günther Uecker en Alfonso Hüppi. Werk van Rentmeister werd tentoongesteld in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Australië. Thomas Rentmeister woont en werkt in Berlijn en is als professor verbonden aan de Kunsthochschule für Bildende Künste Braunschweig.

U werkt sinds de jaren negentig onder meer met levensmiddelen en materialen die men kan aanschaffen in een gemiddelde Europese super- of bouwmarkt. In een aantal opzichten lijkt uw werkwijze verwant aan die van de minimalisten uit de jaren zestig van de vorige eeuw. U lijkt met opzet af te zien van het tonen van een eigen handschrift of toets, van tekenen van zelfexpressie en van de traditionele sculpturale compositie. Net als de minimalisten heeft u een voorkeur voor industriële producten en voor de simpele opstelling of stapeling daarvan. In een aantal gevallen is uw aanpak echter ook anders en ogenschijnlijk een bewuste breuk met de uitgangspunten van het Minimalisme. U giet bijvoorbeeld objecten zoals broodjes en meubelkussens af in brons, iets wat in strijd is of lijkt met de minimalistische afkeer van illusie. Alles bij elkaar genomen heeft uw werk echter een onmiskenbaar eigen karakter. Toch lijkt het niet zomaar en onmiddellijk geworden wat het nu is. U studeert kort voor uw dertigste af. Het is dan 1993 en u maakt in de volgende zes jaar voornamelijk een soort polyester blobs. In 1999 treedt u naar buiten met een werk waarin u Nutella chocoladepasta gebruikt. Twee of drie jaar later, ergens in 2001 of in 2002, doet u iets met een verbluffend en betoverend resultaat: u besmeert ijskasten met een laag Penaten babycrème. In 2005 begint u met stapelingen en gestrooide hopen van witte consumptiegoederen zoals suiker, papier, en polystyreenkruimels. Tegenwoordig combineert u ook gaas met chocoladepasta. Was dit een weg die werd bepaald door een vooraf geformuleerde vraag of een min of meer afgebakende belangstelling of kwam u door veel te doen - en veel ter zijde te schuiven - waar u nu bent?
Gedurende de jaren negentig werkte ik vrijwel uitsluitend aan een reeks in hoogglans gepolijste polyestersculpturen, die men ook wel 'blobs' noemt. Een klein, voor de muur bestemd werk hielp me in 1999 om mijn concentratie op slechts één materiaal te doorbreken: een vacuümgevormd kunststof rekje dat ik ergens vond en waarop ik, gebruikmakend van een ontbijtmes, een dekkende laag Nutella aanbracht met de karakteristieke vorm die iedereen kent van het smeren van boterhammen. Dat was - afgezien van enkele vroegere werken die midden jaren tachtig ontstonden, zoals de Koffiekopjesrij - het eerste werk waarvoor ik levensmiddelen gebruikte als beeldhouwersmateriaal. Na tien jaar polyester was het Nutella-rek zoiets als een nieuwe start, omdat het me stimuleerde mijn repertoire uit te breiden met ongebruikelijke materialen zoals Penaten babycrème, suiker en koffiepoeder en omdat deze nieuwe materialen die ik begon te gebruiken een radicalere aanpak eisten. Voor enkele installaties beperkte ik het bewerkingsproces tot het uitschudden, met als resultaat een presentatie van louter grote hoeveelheden materiaal in de vorm van hopen. Sindsdien heb ik mijn werk op een speelse wijze verder ontwikkeld. Ik ben niet analytisch maar altijd intuïtief te werk gegaan en heb van alles en nog wat uitgeprobeerd. Niettemin denk ik dat mijn werk gekenmerkt wordt door een persoonlijk handschrift, door de keuze van materialen en objecten die er een rol in spelen en de wijze hoe ik daarmee omga. Terugkijkend kun je in mijn werk, in weerwil van de grote heterogeniteit, een rode draad onderscheiden, wellicht zelfs meerdere rode draden.

THOMAS RENTMEISTER: SAND INS GETRIEBE STREUEN





Kategorie: Interview
Thema: Der Künstler Thomas Rentmeister über sein Werk
Autor: Peter Nijenhuis
Datum: 10 Januar 2015

Der Künstler Thomas Rentmeister (1964, Reken, Nordrhein-Westfalen) studierte an der Kunstakademie Düsseldorf bei Günther Uecker und Alfonso Hüppi. Sein Werkwurde in Ausstellungen in Deutschland, Frankreich, den Niederlanden und Australien gezeigt. Thomas Rentmeister wohnt und arbeitet in Berlin und ist Professor an der Kunsthochschule für Bildende Künste Braunschweig.

Sie arbeiten seit Anfang der neunziger Jahre unter anderem mit Lebensmitteln und Materialien, die man in einem normalen europäischen  Supermarkt oder Baumarkt  kaufen kann. Ihre Arbeitsweise ist in mancher Hinsicht vergleichbar mit derjenigender Minimalisten aus den sechziger Jahren.  Sie verzichten auf eine persönliche Handschrift, auf  Zeichen der Selbstdarstellung und eine traditionelle skulpturale Komposition. Wie die Minimalisten  bevorzugen Sie fertige, industrielle Produkte und deren einfache Anordnung durch Stapeln oder Aneinanderreihen. Manchmal scheint ihre Arbeitsweise jedoch bewusst gegen die Prinzipien des Minimalismus zu verstoßen. Sie gießen zum Beispiel Objekte wie Semmeln oder Möbelpolster in Bronzeoder Eisen ab, was die Ablehnung der Minimalisten gegen Illusion in Frage stellt. Ihre Arbeit ist darum nicht weniger prägnant. Sie scheint jedoch nicht von Anfang anund unmittelbar so gewesen zu sein, wie sie es jetzt ist. Sie beendeten kurz vor ihrem dreißigsten Lebensjahr ihr Studium. Ab 1993 umfasste ihre Arbeit während der folgenden sechs Jahre eine Serie von ‚Blobs‘. 1999 zeigten Sie zum ersten Mal ein Werk, in dem Sie Nutella-Schokoladenaufstrich  verwendeten. Zwei oder drei Jahre später schafften Sie etwas mit einem verblüffenden und bezaubernden Resultat: Sie schmierten Penatencreme auf Kühlschränke. In 2005 stellten Sie Haufen von weißen Produkten wie Zucker, Papier oder Styroporkrümel aus. Heute kombinieren Sie auch Maschendraht mit Nutella. War der Weg, den Sie mit ihren Werken verfolgten, von vornherein bestimmt durch eine mehr oder weniger spezifische Fragestellung, oder kamen Sie durch Ausprobieren –und gleichzeitig  auch durch Verwerfen –dorthin, wo Sie jetzt sind?
Während der gesamten neunziger Jahre konzentrierte ich mich fast ausschließlich auf die Werkserie der hochglanzpolierten Polyesterskulpturen, die gern ‚Blobs‘ genannt werden. Eine kleine Wandarbeit aus dem Jahre 1999 half mir diese ungebrochene Fokussierung auf ein einziges Material zu beenden: ein gefundenes, tiefgezogenes Kunststoffregal, auf das ich flächendeckend Nutella auftrug – mit einem Frühstücksmesser in einem Duktus wie man ihn vom Brotschmieren her kennt. Das war die erste Arbeit, bei der ich ein Lebensmittel als Bildhauermaterial verwendete – abgesehen von einigen wenigen frühen Werken, die Mitte der achtziger Jahre entstanden sind, wie z.B. die Kaffeetassenreihe. Nach zehn Jahren Polyester war das Nutella-Regal für mich so etwas wie ein Neubeginn, weil es mich dazu animierte mein Repertoire um ungewöhnliche Materialien wie z.B. Penatencreme, Zucker oder Kaffeepulver zu erweitern und weil diese neu angeeigneten Werkstoffe eine radikalere Herangehensweise erforderten. Bei einigen Installationen reduzierte sich der Bearbeitungsprozess auf das Ausschütten mit dem Ergebnis einer schieren Präsentation großer Materialmengen in Haufenform. Seitdem habe ich mein Werk auf eine spielerische Art weiter entwickelt. Ich bin nicht analytisch sondern immer intuitiv vorgegangen und habe alles Mögliche ausprobiert. Dennoch denke ich, dass meine Arbeit durch eine persönliche Handschrift geprägt ist, durch die Auswahl der Materialien und Gegenstände, die in meinen Kunstwerken vorkommen und die Art wie ich mit ihnen verfahre. Im Rückblick ist trotz der großen Heterogenität meines Werkes ein roter Faden erkennbar – vielleicht sind es auch mehrere rote Fäden.

vrijdag 12 december 2014

KEUPR/van BENTM

Interview van Peter Nijenhuis met Michiel Keuper over KEUPR/vanBENTM in Parijs eind jaren negentig, het bezoek van André Leon Talley aan Arnhem en wonen en werken in Berlijn, gepubliceerd op het blog van Ontwerp Platform Arnhem.


DWWA redactie/editor Peter Nijenhuis.
contact: pheenijenhuis@gmail.com

MIROSLAV BALKA: WAAIERS VAN BETEKENIS

Paul Celan 1963 foto Lüfti Özkök 
Categorie: beschouwing
Onderwerp: de installatie Fragment van Miroslav Balka in Museum Arnhem
Auteur: Marlies Levels

Fragment, de tentoonstelling van de Poolse kunstenaar Miroslav Balka die tot 25 januari 2015 in het Museum Arnhem is te zien, bestaat uit negen werken waaraan een sterk inhoudelijk scenario ten grondslag ligt. Eerdere uitvoeringen van gelijknamige tentoonstellingen in Berlijn, Warschau en Moskou waren varianten op dit scenario, dat steeds werd aangepast aan de locatie. Fragment is in Arnhem gekoppeld aan de jaarlijkse herdenking van de Slag om Arnhem. De keuze voor de internationaal zeer bekende kunstenaar Miroslav Balka binnen dit kader is begrijpelijk. Zijn werk verwijst naar verleden en dood.

Verleden

Voor Miroslav Balka is het verleden de tijd waarmee en waarin we leven. Immers het heden is een voortdurend verschuivend heden en toekomst bestaat nauwelijks in dat verschiet. Hijzelf verklaarde daarover: Elke dag treed ik in de voetsporen van het verleden (…) het heden bestaat niet we kunnen het immer voortbewegende nooit grijpen (…) Hoewel we altijd naar de toekomst bewegen, blijven we toch verankerd in het verleden (…) alles wat we aanraken komt uit het verleden, het is onze toegangspoort tot de dood. Dit is voor mij heel belangrijk in mijn werk, het proberen dit bewustzijn van het leven te vangen.[1]

donderdag 11 september 2014

REGISTER

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

woensdag 10 september 2014

MIROSLAW BALKA: MIROSLAW BALKA IS NIET ALLEEN DUISTERNIS

Categorie: interview
Onderwerp: Miroslaw Balka over zijn solotentoonstelling Fragment in Arnhem en zijn werk
Datum gesprek: 5 september 2014
Auteur: Peter Nijenhuis

In het kader van de herdenking van Operatie Market Garden die in september 1944 plaatsvond, exposeert Miroslaw Balka (Warschau 1958) van 6 september 2014 tot en met 25 januari 2015 zijn werk Fragment in Museum Arnhem. Fragment bestaat uit een reeks video-installaties, de meeste op basis van filmbeelden die de kunstenaar maakte tijdens zijn bezoeken aan de voormalige nazivernietigingskampen in Polen.

Waarom confronteert u zichzelf en de bezoeker met de onpeilbaar trieste en ogenschijnlijk zinloze massavernietiging van burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog? Zijn dat dezelfde overwegingen op grond waarvan uw vriend, de Poolse, nu in Leeds wonende socioloog Zygmunt Bauman, schrijft over ogenschijnlijk onoplosbare vragen als de relatie tussen de Holocaust en de modernisering van de samenleving en het voortbestaan van criminaliteit, uitsluiting en angst in hedendaagse, welvarende samenlevingen?
Oorlogen gaan in mijn ogen niet alleen over veldslagen. Ze veroorzaken het lijden van burgers. Dat was honderd jaar geleden zo en nu nog steeds. Er is niets veranderd. Zygmunt Bauman pleit in zijn boeken voor het belang van de ‘randen’ en gemarginaliseerde groepen in zogenaamde gezonde samenlevingen. Net als ik spreekt hij over pijn. Er is geen andere manier om de feiten onder ogen te zien en problemen op te lossen dan ze ter discussie te stellen.

MIROSLAW BALKA: MIROSLAW BALKA IS NOT ONLY ABOUT DARKNESS

Category: interview
Subject: Miroslaw Balka on his exhibition Fragment and his work.
Date of the conversation: 5th of September 2014

Linked to the commemoration of Operation Market Garden, a failed military intervention during World War II near the Dutch city of Arnhem, the international acclaimed visual artist Miroslaw Balka (Warsaw 1958) will show his extensive work Fragment in Museum Arnhem from the 6th of September 2014 till the 25th of January 2015. Fragment, exhibited in the southern wing of the museum, consists of a series of video and sound installations most of them based on footage made by the artist during his visits to the former Nazi extermination camps in Poland.

donderdag 4 september 2014

ART BASEL 2014

Categorie: verslag
Onderwerp: kunstbeurs Art Basel editie 45, 19 tot en met 22 juni 2014
Auteur: Marlies Levels

zaterdag 26 juli 2014

MARIE JULIA BOLLANSÉE: HANDELINGEN ALS RITUEEL OF EEN CHOREOGRAFIE VAN HANDELINGEN

Categorie: beschouwing
Onderwerp: de performance Wind en het werk van beeldend kunstenares Marie Julia Bollansée
Auteur: Marlies Levels

vrijdag 18 april 2014

HO! MULDER: MAKEN VERKOPEN





Categorie: interview
Onderwerp: Ratna Ho en Pascal Mulder over hun winkel en werkplaats HO! MULDER
Datum gesprek: 16 april 2014

JOOST VAN DEN TOORN: GEEN KIND VAN DE VERLICHTING?


Categorie: beschouwing
Onderwerp: het werk van beeldend kunstenaar Joost van den Toorn
Auteur: Peter Nijenhuis
Artikel lezen met afbeeldingen in apart scherm: typ in een nieuw scherm http://gkvdv.blogspot.nl/ 

Is het werk van de beeldend kunstenaar Joost van den Toorn (Amsterdam 1954) te betitelen als een voorbeeld van het zogenaamde postmodernisme? Op grond van de beelden die Joost van den Toorn maakte in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw is daar wel iets voor te zeggen. De kunstenaar zelf zal, naar ik vermoed, met de betiteling ‘postmodern’ echter niet in zijn schik zijn. Toen ik hem jaren geleden sprak en in verband met zijn werk de term postmodernisme liet vallen, reageerde hij nogal ongelukkig. Van den Toorn heeft meer dan eens aangevoerd dat hij, wars van allerlei vormen van kunsttheorie, als kunstenaar zijn eigen gang gaat. Die houding is begrijpelijk. Geen enkele kunstenaar is geneigd om zijn werk te beschouwen als de uitwerking van andermans ideeën. Bovendien wordt er over het postmodernisme tot op de dag van vandaag zeer afwijzend geoordeeld. Dat afwijzende oordeel wordt overigens ook weer niet door iedereen gedeeld. De meningen lopen uiteen en dat alles bij elkaar opgeteld, dwingt ertoe om, alvorens in te gaan op het werk van Van den Toorn, eerst te bepalen wat er onder postmodernisme verstaan kan worden. Dat laatste lijkt echter onmogelijk zonder het af te zetten tegen wat eraan voorafgaat, en laat ik met de aanduiding daarvan dan maar beginnen.


maandag 28 oktober 2013

BAS VAN DEN HURK: STOMTOEVALLIG EN ONONTKOOMBAAR

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Bas van den Hurk over zijn werk
Datum gesprek: 17 oktober 2013

Beeldend kunstenaar Bas van den Hurk (Tilburg, 1965) studeerde aan de afdeling Monumentale Vormgeving en Schilderkunst van Academie St.Joost in Breda en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam waar hij in 1996 zijn doctoraalexamen behaalde. Bas van den Hurk is behalve kunstenaar, docent theorie aan MFA AKV/ST.Joost en mede-oprichter en organisator van Whatspace, een platform voor de productie en presentatie van kunst met een steeds wisselende basis in Nederland en daarbuiten.

Je werk oogt complex. Je hebt wel eens gezegd dat je in je atelier intuïtief te werk gaat, maar schuilt achter dat intuïtieve handelen ook niet een idee over hoe je werk eruit moet zien?
Wat ik met het woord intuïtie bedoel, is zeker niet dat ik min of meer blanco of in een roes aan het werk ben. Ik ben al lang werkzaam als kunstenaar, ik heb veel gezien, ik denk na over mijn werk en dat van anderen en ik heb in de loop van de tijd ook aardig wat gelezen. Die achtergrond kun je terwijl je werkt niet vergeten of uitschakelen. Ik heb me met de uitspraak dat ik intuïtief te werk ga ook willen afzetten tegen een kunstopvatting die kunst voorstelt als een vorm van kennisproductie. Voor mij is kunst dat nu juist niet. Kunst is een manier om je uit te drukken in de taal en de materialen van de kunst. Intuïtief werken wil voor mij zeggen dat je tast en zoekt naar wat zich via het materiële uitdrukt. Kennis komt daarbij van pas, maar wat zich via het materiële uitdrukt is niet zomaar te vatten. Wat de heterogene materialiteit van een werk oproept valt – in ieder geval ten dele – buiten het begrijpelijke en het zegbare.

dinsdag 20 augustus 2013

KLAAS KLOOSTERBOER: IK BEN NIET DE BAAS

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Klaas Kloosterboer over zijn werk
Datum gesprek: 14 augustus 2013

Beeldend kunstenaar Klaas Kloosterboer (Schermer 1959) koos na de middelbare school aanvankelijk voor een opleiding tot tekenleraar, maar doorliep uiteindelijk van 1979 tot 1983 de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Werk van Klaas Kloosterboer maakt samen met dat van Jim Shaw en Chris Martin deel uit van de tentoonstelling XXXL Painting die tot en met 29 september 2013 is te zien in de Onderzeebootloods in Rotterdam. In september 2013 openen maar liefst drie andere tentoonstellingen van Kloosterboers werk: een dubbeltentoonstelling in Galerie Van Gelder en Ellen de Bruijne Projects in Amsterdam en Galerie Sassa Trülzsch in Berlijn.

Je werk is niet eenvoudig te duiden. Nu heb ik altijd de hoop dat je een kunstenaar kunt vragen om zijn werk uit te leggen. Maar is dat werk voor jou als maker wel een open boek, of eerder een onderneming waarvan de uitkomst en de betekenis vooralsnog niet vaststaan en waarnaar ook jij hoogstens kunt gissen?
Onlangs is de fotograaf en beeldend kunstenaar Allan Sekula overleden. Die zei ooit: ‘fotograferen is denken’. Ik denk dat hij bedoelde dat fotograferen niet een kwestie is van simpelweg op een knopje drukken. Je moest er bij nadenken. Sekula’s uitspraak veronderstelt dat denken en handelen samen kunnen gaan. Zoiets zou ik wel willen bereiken, maar wat mij betreft gaapt tussen denken en doen een paradoxale kloof. Denken is niet zelden twijfelen over handelen en ook vaak het uitstellen van handelen. Aan de andere kant: denken is nodig. Je kunt niet steeds blindelings handelen. Je moet er over nadenken, maar dat zit het handelen dan weer in de weg. Dat ik weet wat ik doe en doe wat ik weet, kan ik niet zeggen. Dat is ook niet wenselijk, denk ik. Ik werk als kunstenaar in mijn atelier om iets onverwachts mee te maken en om iets uit te vinden wat ik daarvoor nog niet wist of inzag. Als het resultaat van mijn werk overeen zou komen met wat ik wist of inzag of had bedacht vóór ik er aan begon, zou ik het niet beschouwen als werk.

woensdag 22 mei 2013

MARTIJN SCHUPPERS: VOORUITGANG IN DE KUNST

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Martijn Schuppers over zijn werk
Datum gesprek: 17 april 2013

Martijn Schuppers (Almelo 1967) studeerde eind jaren tachtig en begin jaren negentig aan de Groningse Academie Minerva en vervolgde zijn studie, eind jaren negentig, met een masteropleiding aan het Frank Mohr Instituut. Hij wordt in Nederland vertegenwoordigd door de Amsterdamse galerie VOUSETES ICI, woont en werkt in Groningen en geeft les op de kunstacademie waar hij zelf werd gevormd.

Heb je ooit overwogen om op te houden met schilderen?
Meer dan eens, maar op een of andere manier ben ik niet in staat geweest om aan het schilderen te ontkomen. Ik heb er ook wel aanleg voor. Als kind tekende ik al veel. Tekenen en schilderen naar waarneming gingen me op de kunstacademie gemakkelijk af. Dat had zo zijn gevolgen. Eind jaren tachtig was de kunstacademie nog verdeeld in kampen. Je had de figuratieven, zoals Matthijs Röling, die wilden aanknopen bij de traditie van de figuratieve schilderkunst, en het kamp van de afgeleide waarneming, de abstracten. Die kampen gingen niet altijd vriendelijk met elkaar om. Omdat ik behoorlijk kon tekenen en schilderen naar waarneming werd ik automatisch tot het eerste kamp gerekend. Ik werd beschouwd als een belofte voor de figuratie.

DE BEMIDDELENDE ONTWERPER

Er bestaan in Nederland grofweg twee soorten ontwerpers. De eerste soort wordt gevormd op een kunstacademie waar ook onderwijs wordt gegeven in disciplines als grafische vormgeving, vrije kunst en mode. De intellectuele horizon op een kunstacademie is de kunst- en ontwerpgeschiedenis. Tot voor kort begonnen aan kunstacademies opgeleide ontwerpers na hun studie veelal een eigen praktijk en ontwierpen ze vormgevingsproducten voor een betrekkelijk klein publiek van kenners en liefhebbers. De andere soort ontwerper wordt gevormd op wat vroeger de hts heette, de hogere technische school, en wat tegenwoordig de faculteit techniek van een hogere beroepsopleiding is. Verwante opleidingen zijn daar werktuigbouwkunde, technische bedrijfskunde, embedded systems engineering en elektrotechniek. De horizon wordt hier vooral bepaald door de ontwikkelingen in de techniek en de praktijk van het bedrijfsleven, zo lijkt het. Maar wat weten we werkelijk van ontwerpers zoals ze aan technische faculteiten worden opgeleid? Over hun werk is in krantenbijlagen en modetijdschriften niet zoveel te lezen. Hieronder volgen interviews met studenten en met de onderwijscoördinator van de opleiding Industrieel Product Ontwerpen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, met een aan die opleiding afgestudeerde ontwerpster, Lilian van Daal, en met de lector Duurzame Energie, Piet Sonneveld.

donderdag 24 januari 2013

ALFRED EIKELENBOOM: UTOPISCHE MODELLEN

Categorie: interview
Onderwerp: Alfred Eikelenboom over zijn werk en ontwikkeling als kunstenaar
Datum gesprek: 17 januari 2013

Alfred Willem Eikelenboom (1936, Tegal, Indonesië) kwam voor de Tweede Wereldoorlog met zijn ouders naar Nederland en groeide op in Den Haag. De kunstenaar, die tegenwoordig in Dordrecht woont, ontwikkelde in de jaren zestig zijn Utopische Modellen, verkenningen op de grens tussen architectuur en sculptuur, die hij in de jaren zeventig en negentig tentoonstelde in het Haags Gemeentemuseum en Museum Boijmans Van Beuningen. Alfred Eikelenboom realiseerde in 1987 op het Amsterdamse IJplein De Muur, een project in de openbare ruimte waarvoor hij werd uitgenodigd door toedoen van onder andere Rem Koolhaas, die de omringende nieuwbouw ontwierp. Voor zijn werk ontving Eikelenboom in 2002 de oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

SUBCULTUUR: Dagschotel, Rave Train, Camping Comfort Zone, PopupKlup en 8Bahn



Waarom aandacht besteden aan de lokale feest- en muziekscene op een blog dat gewoonlijk is gewijd aan beeldende kunst en ontwerp? Het antwoord is, omdat het in de muziek- en feestscene hoe dan ook gaat om smaakontwikkeling en, in het verlengde daarvan, om symbolische zelfbepaling, groepsvorming en afbakening tegenover andere groepen en smaken. De lokale feest- en muziekscene is met andere woorden een cultureel verschijnsel, weliswaar onderscheiden van traditionele, gevestigde culturele orde, maar daarom niet minder de moeite waard.


Cees van Dijk: Dagschotel
Datum gesprek: 19 december 2012

Cees van Dijk (1991) behaalde zijn vwo-diploma aan het Arentheem College in Arnhem en bezocht daarna de Vrije Hoge School in Driebergen. Cees van Dijk woont in Utrecht en in Arnhem en overweegt om volgend jaar muziekmanagement aan de HKU te gaan studeren. Hij is met Janai Shiboleth de organisator van Dagschotel, een maandelijkse gebeurtenis in het Arnhemse popcentrum Willemeen.

Hoe noem je jezelf, dj of zoiets?
Nee, zeker geen dj. Iedereen noemt zich tegenwoordig dj. Ik draai, maar ik organiseer ook.

donderdag 8 november 2012

ROSEMIN HENDRIKS: IN HET TEKENEN NAAR AANLEIDING VAN MIJN EIGEN HOOFD, KOM IK ALLES TEGEN WAT IK ALS KUNSTENAAR NODIG HEB



Categorie: interview
Onderwerp: Rosemin Hendriks over de rol die vorm, psychologie, uitdrukking en visuele effecten spelen in haar zelfportretten
Datum gesprek: 13 september en 1 november 2012

Rosemin Hendriks (Velp 1968) studeerde van 1987 tot 1992 aan de afdeling Vrije Kunst van de Arnhemse kunstacademie en van 1992 tot 1994 aan De Ateliers in Amsterdam.

EXTRA: FIAC PARIJS, KIJKEN TOT JE NIETS MEER ZIET


Categorie: fotoverslag
Onderwerp: Foire Internationale d‘Art Contemporaine (FIAC) Parijs 18 tot en met 20 oktober 2012
Auteur: Marlies Levels

De Foire Internationale d‘Art Contemporaine (FIAC) in Parijs is een van de vele handelsbeurzen van hedendaagse en moderne kunst die de laatste decennia in Europa en Amerika worden gehouden. Dit jaar vond de beurs voor de 39ste keer plaats in de gerenoveerde en in 2004 opnieuw in gebruik genomen grote hal, le Grand Nef, van het Grand Palais.

FIAC haalt het niet bij Art Basel, zeker niet alleen in mijn ogen numeriek en kwalitatief de beste kunstbeurs, maar neemt met andere kunstbeurzen zoals Arco Madrid, Frieze in Londen of Artissima in Turijn, een goede tweede plaats in. FIAC trekt veel vooraanstaande internationale galeristen, maar heeft een onmiskenbaar Frans accent. Van de ongeveer 180 deelnemende galeries kwamen er dit jaar rond de 60 uit Frankrijk en voornamelijk uit Parijs. De populariteit en de kwaliteit van deze beurs is ten opzichte van Frieze de laatste twee jaar aanzienlijk gestegen.