vrijdag 6 maart 2015

NIJMEGEN: THE CUCUMBER TEMPLE

Categorie: interviews
Onderwerp: Danni van Amstel, Maud Oonk, Tyas Leeuwerink, Mohadeseh Rahimitabar, Katrein Breukers en Maarten Spons over hun bijdrage aan de tentoonstelling The Cucumber Temple.
Auteur: Peter Nijenhuis
Datum gesprek: 21 februari 2015

The Cucumber Temple is een tentoonstelling in de Nijmeegse Paraplufabriek van zes studenten van de masteropleiding Fine Art van AKV/St.Joost, geïnspireerd op een gelijknamige tekst van Martijn in 't Veld. In de associatieve en ogenschijnlijk van de hak op de tak springende tekst van Martijn in 't Veld spelen de kleur groen, meerduidigheid en gedaantewisselingen een hoofdrol. Hoe hebben de zes studenten onder begeleiding van docent en curator Bas van den Hurk in hun bijdrage aan de tentoonstelling de tekst van Martijn in 't Veld verbonden met hun eigen onderzoeksvragen?

DANNI VAN AMSTEL: JE KUNT HET SPEL NIET MET IEDEREEN SPELEN

Een masterstudent Fine Art aan Sint Joost dient na ongeveer een half jaar een onderzoeksvraag te schrijven die dienst doet als rode draad tijdens de rest van de tweejarige opleiding. Wat is jouw onderzoeksvraag, of beter gezegd het onderwerp dat je met beeldende middelen onderzoekt?
Ik heb daar een tijd naar gezocht. Voorheen maakte ik werk naar aanleiding van een bestaande plek. Het was, zoals dat heet site specific. Na dat een tijd gedaan te hebben, voelde ik de behoefte om meer op zich staand, zeg maar sculpturaal werk te maken. Wat me bovendien interesseert is hoe ik de beschouwer bij mijn werk kan betrekken en, bij uitbreiding, hoe mensen überhaupt bij ruimte betrokken raken. Dat bracht me erop om mensen te interviewen die aan het verhuizen zijn. Ik vond die mensen via mijn kennissenkring en sociale media. Ik ging met ze mee als ze hun toekomstige woning voor het eerst bekeken. Wat waren hun ideeën en plannen als ze het zo zagen? Ik ben nu bezig om daar een publicatie van te maken. Wat uit de interviews naar voren komt, is dat veel mensen op de nog lege ruimte die ze zullen gaan bewonen hun gewoontes en verlangens projecteren. Die gewoontes en verlangens hebben veelal hun oorsprong in hun eerste ervaringen, het dagelijkse bewonen van een vroeger huis met het gezin waarin ze opgroeiden. Dat is voor mij een belangrijk gegeven. Het ondersteunt wat over het onderwerp van de menselijke ruimtebeleving en de poëzie van die beleving is geschreven door theoretici als Gaston Bachelard en maakt die theoretische benadering ook begrijpelijk en concreet.

maandag 2 maart 2015

EMANUEL ENGELEN: WAAR IS MIJN VRIJE WIL?

Categorie: interview
Onderwerp: Emanuel Engelen over zijn werk en zijn tentoonstelling Fearless in Museum Arnhem
Auteur: Peter Nijenhuis
Datum gesprek: 10 en 18 februari 2015

Emanuel Engelen (Rhenen 1989) studeerde in 2013 af aan de afdeling Vrije Kunst van ArtEZ in Arnhem.

Je hebt op dit moment een tentoonstelling op het balkon van de koepelzaal van Museum Arnhem. Het balkon loopt rond. Wie links begint, stuit na een tekstbord met uitleg van het museum op zeven werken. Het eerste bestaat uit een tafel met drie stapels geprinte vellen die de gegevens bevatten van mensen, gebeurtenissen en plekken die vanaf je vroege jeugd je leven bepalen. Die gegevens zijn weer uitgewerkt in twee diagrammen aan de muur. Kun je uitleggen hoe dit werk tot stand kwam?
Het eerste werk is mijn database. Ik kwam in 2011 op het idee om de mensen om mij heen aan de hand van een gestandaardiseerde lijst te beschrijven wat betreft uiterlijk, uitstraling, de mate waarin ik afhankelijk van ze ben, of zij van mij, en zo meer. Wat ik sinds die tijd eveneens heb aangelegd, is een database van voor mij belangrijke gebeurtenissen en de daarbij betrokken personen. De eerste gebeurtenissen spelen zich af op de kleuterschool en lopen door tot het heden. Toen ik begon met het noteren van de vroegste gebeurtenissen had ik als eis, dat ik dat moest doen op grond van mijn eigen herinneringen. Ik mocht dus niet afgaan op foto's of de verhalen van bijvoorbeeld mijn moeder. Als derde deel van de database is er een beschrijving met tekeningen van plekken waar mijn leven zich afspeelde. Die plekken zijn weer gelinkt aan gebeurtenissen en personen. Iedere persoon, gebeurtenis en plek wordt apart beschreven op een geprint vel. Ieder vel is voorzien van een kleurbaan in negen tinten grijs aan de zijkant, van bijna wit tot bijna zwart. Zwart staat voor belangrijk en bijna wit voor niet zo belangrijk. Personen, gebeurtenissen en plekken, hun belang en onderlinge relaties, heb ik vervolgens in twee diagrammen in beeld gebracht.
 Onderdeel van de tentoonstelling in Museum Arnhem is dat ik iedere vrijdag nieuwe gebeurtenissen toevoeg. Dat is voor de volledigheid, maar biedt ook interessante mogelijkheden voor anderen. Iemand zou kunnen bedenken dat hij een deel wil worden van mijn bestaan en mijn database. Hij of zij zou me kunnen benaderen met een voorstel om samen iets te gaan doen. De persoon in kwestie zou dan later kunnen lezen hoe ik dat vond en welk belang ik aan de belevenis met hem of haar hechtte.

Wat was de reden om met de database te beginnen?
Ik was in 2011 aan het einde van mijn Latijn. Ik had er een tijd lang flink op los geleefd. Drugs, drank, dagen achtereen doorgaan, meisjes… dat soort dingen. Ik had het idee dat ik door mijn manier van leven werd geleefd. Ik werd ziek en kreeg angstaanvallen. Om weer greep te krijgen op mijn leven, om controle uit te oefenen, besloot ik om mijn database aan te leggen. De huidige database is een doorontwikkelde versie van de eerste database die ik in 2011 bedacht en maakte. Ik sluit niet uit dat ik ook deze versie verder ontwikkel.

Kost het veel tijd om zo'n database te maken en te onderhouden?
Het is monnikenwerk. Soms ben ik er zestien uur per dag mee bezig, maar er zijn ook dagen dat ik rustiger aan doe.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

REGISTER

Art Basel
B
Balka, Miroslaw English
Balka, Miroslaw Nederlands
Balka, Miroslaw
C
D

maandag 19 januari 2015

THOMAS RENTMEISTER: THROWING SAND IN THE GEARS

Category: interview
Subject: Thomas Rentmeister on his work
Author: Peter Nijenhuis
Date: 10th of January 2015

Visual artist Thomas Rentmeister (1964, Reken, North Rhine-Westphalia) studied at the art academy of Düsseldorf under Günther Uecker and Alfonso Hüppi. Rentmeister's work was exhibited in Germany, France, The Netherlands and Australia. He lives and Works in Berlin and is a professor at the Kunsthochschule für Bildende Künste Braunschweig.

Since the nineties you work with products and materials anyone can find in an average European supermarket or hardware store. Your approach seems akin to that of minimalist artists in the sixties of the last century. You refrain from a personal touch, self-expression and traditional sculptural composition.  Like the minimalists you seem to prefer industrial products and their arrangement in a simple way, stacked or one thing after another. Sometimes however, your way of working seems to be a deliberate breach with the principles of Minimalism. Some of your works are objects, such as bread rolls and furniture cushions, cast into bronze, which seems to go against the minimalist rejection of illusion. Your work has unmistakably its own character, but it seems that it was not from the beginning simply what it is now. You graduate when you are thirty. It's the year 1993 and the next six years you make a series of polyester blobs. In 1999 you show for the first time a work in wich you applied Nutella chocolate spread. Two or three years later, somewhere in 2001 or 2002, you do something with an astounding and ravishing outcome: you smear the outside of refrigerators with Penaten baby cream. In 2005 you exhibit stacks and heaps of white consumer products such as sugar, paper, and polystyrene crumbs. Nowadays you also combine chocolate spread with iron wire mesh. Was the direction your work took throughout all these years the outcome of a pre-established question or a more or less delineated interest, or did you come where you are now by trying a lot of things and consequently rejecting certain things as well?
In the nineties I almost exclusively worked on a series of high gloss polished polyester sculptures, that some call 'blobs'. A small work, destined to be hung at the wall, in 1999 helped me to overcome this single minded focus on just one material. It was a thermoformed rack I found somewhere, to which I applied a layer of Nutella paste with the help of a breakfast knife. The resulting form had the characteristics that are well known from spreading a sandwich. Apart from some works dating from the mid eighties, like the Coffee cup line, this was the first work for which I used food products as a sculptural material. After ten years of polyester the Nutella rack was something of a fresh start because it stimulated me to enlarge my repertoire with materials such as Penaten baby cream, sugar and coffee powder and because these new materials I started to use, demanded a more radical approach. For some of my installations I limited processing to strewing which led to merely large quantities of material arranged in the form of heaps. Since then I developed my work in a playful way. My approach was not analytic, but intuitive and I tried my hand on all kinds of things.  I think my work is nonetheless characterized by a personal hand, the choice of materials and objects that are part of it, and the way I arrange them. Looking back on my work, although heterogeneous by nature, you can point out a recurrent theme, or even several recurrent themes.

THOMAS RENTMEISTER: ZAND IN DE RADEREN STROOIEN

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Thomas Rentmeister over zijn werk
Auteur: Peter Nijenhuis
Datum: 10 januari 2015

Beeldend kunstenaar Thomas Rentmeister (1964, Reken, Noordrijn-Westfalen) studeerde aan de kunstacademie van Düsseldorf onder Günther Uecker en Alfonso Hüppi. Werk van Rentmeister werd tentoongesteld in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Australië. Thomas Rentmeister woont en werkt in Berlijn en is als professor verbonden aan de Kunsthochschule für Bildende Künste Braunschweig.

THOMAS RENTMEISTER: SAND INS GETRIEBE STREUEN



Kategorie: Interview
Thema: Der Künstler Thomas Rentmeister über sein Werk
Autor: Peter Nijenhuis
Datum: 10 Januar 2015

Der Künstler Thomas Rentmeister (1964, Reken, Nordrhein-Westfalen) studierte an der Kunstakademie Düsseldorf bei Günther Uecker und Alfonso Hüppi. Sein Werkwurde in Ausstellungen in Deutschland, Frankreich, den Niederlanden und Australien gezeigt. Thomas Rentmeister wohnt und arbeitet in Berlin und ist Professor an der Kunsthochschule für Bildende Künste Braunschweig.

vrijdag 12 december 2014

KEUPR/van BENTM

Interview van Peter Nijenhuis met Michiel Keuper over KEUPR/vanBENTM in Parijs eind jaren negentig, het bezoek van André Leon Talley aan Arnhem en wonen en werken in Berlijn, gepubliceerd op het blog van Ontwerp Platform Arnhem.


DWWA redactie/editor Peter Nijenhuis.
contact: pheenijenhuis@gmail.com

MIROSLAV BALKA: WAAIERS VAN BETEKENIS

Paul Celan 1963 foto Lüfti Özkök 
Categorie: beschouwing
Onderwerp: de installatie Fragment van Miroslav Balka in Museum Arnhem
Auteur: Marlies Levels

Fragment, de tentoonstelling van de Poolse kunstenaar Miroslav Balka die tot 25 januari 2015 in het Museum Arnhem is te zien, bestaat uit negen werken waaraan een sterk inhoudelijk scenario ten grondslag ligt. Eerdere uitvoeringen van gelijknamige tentoonstellingen in Berlijn, Warschau en Moskou waren varianten op dit scenario, dat steeds werd aangepast aan de locatie. Fragment is in Arnhem gekoppeld aan de jaarlijkse herdenking van de Slag om Arnhem. De keuze voor de internationaal zeer bekende kunstenaar Miroslav Balka binnen dit kader is begrijpelijk. Zijn werk verwijst naar verleden en dood.

Verleden

Voor Miroslav Balka is het verleden de tijd waarmee en waarin we leven. Immers het heden is een voortdurend verschuivend heden en toekomst bestaat nauwelijks in dat verschiet. Hijzelf verklaarde daarover: Elke dag treed ik in de voetsporen van het verleden (…) het heden bestaat niet we kunnen het immer voortbewegende nooit grijpen (…) Hoewel we altijd naar de toekomst bewegen, blijven we toch verankerd in het verleden (…) alles wat we aanraken komt uit het verleden, het is onze toegangspoort tot de dood. Dit is voor mij heel belangrijk in mijn werk, het proberen dit bewustzijn van het leven te vangen.[1]

woensdag 10 september 2014

MIROSLAW BALKA: MIROSLAW BALKA IS NIET ALLEEN DUISTERNIS

Categorie: interview
Onderwerp: Miroslaw Balka over zijn solotentoonstelling Fragment in Arnhem en zijn werk
Datum gesprek: 5 september 2014
Auteur: Peter Nijenhuis

In het kader van de herdenking van Operatie Market Garden die in september 1944 plaatsvond, exposeert Miroslaw Balka (Warschau 1958) van 6 september 2014 tot en met 25 januari 2015 zijn werk Fragment in Museum Arnhem. Fragment bestaat uit een reeks video-installaties, de meeste op basis van filmbeelden die de kunstenaar maakte tijdens zijn bezoeken aan de voormalige nazivernietigingskampen in Polen.

Waarom confronteert u zichzelf en de bezoeker met de onpeilbaar trieste en ogenschijnlijk zinloze massavernietiging van burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog? Zijn dat dezelfde overwegingen op grond waarvan uw vriend, de Poolse, nu in Leeds wonende socioloog Zygmunt Bauman, schrijft over ogenschijnlijk onoplosbare vragen als de relatie tussen de Holocaust en de modernisering van de samenleving en het voortbestaan van criminaliteit, uitsluiting en angst in hedendaagse, welvarende samenlevingen?
Oorlogen gaan in mijn ogen niet alleen over veldslagen. Ze veroorzaken het lijden van burgers. Dat was honderd jaar geleden zo en nu nog steeds. Er is niets veranderd. Zygmunt Bauman pleit in zijn boeken voor het belang van de ‘randen’ en gemarginaliseerde groepen in zogenaamde gezonde samenlevingen. Net als ik spreekt hij over pijn. Er is geen andere manier om de feiten onder ogen te zien en problemen op te lossen dan ze ter discussie te stellen.

MIROSLAW BALKA: MIROSLAW BALKA IS NOT ONLY ABOUT DARKNESS

Category: interview
Subject: Miroslaw Balka on his exhibition Fragment and his work.
Date of the conversation: 5th of September 2014

Linked to the commemoration of Operation Market Garden, a failed military intervention during World War II near the Dutch city of Arnhem, the international acclaimed visual artist Miroslaw Balka (Warsaw 1958) will show his extensive work Fragment in Museum Arnhem from the 6th of September 2014 till the 25th of January 2015. Fragment, exhibited in the southern wing of the museum, consists of a series of video and sound installations most of them based on footage made by the artist during his visits to the former Nazi extermination camps in Poland.

donderdag 4 september 2014

ART BASEL 2014

Categorie: verslag
Onderwerp: kunstbeurs Art Basel editie 45, 19 tot en met 22 juni 2014
Auteur: Marlies Levels

zaterdag 26 juli 2014

MARIE JULIA BOLLANSÉE: HANDELINGEN ALS RITUEEL OF EEN CHOREOGRAFIE VAN HANDELINGEN

Categorie: beschouwing
Onderwerp: de performance Wind en het werk van beeldend kunstenares Marie Julia Bollansée
Auteur: Marlies Levels

vrijdag 18 april 2014

HO! MULDER: MAKEN VERKOPEN





Categorie: interview
Onderwerp: Ratna Ho en Pascal Mulder over hun winkel en werkplaats HO! MULDER
Datum gesprek: 16 april 2014

JOOST VAN DEN TOORN: GEEN KIND VAN DE VERLICHTING?


Categorie: beschouwing
Onderwerp: het werk van beeldend kunstenaar Joost van den Toorn
Auteur: Peter Nijenhuis
Artikel lezen met afbeeldingen in apart scherm: typ in een nieuw scherm http://gkvdv.blogspot.nl/ 

Is het werk van de beeldend kunstenaar Joost van den Toorn (Amsterdam 1954) te betitelen als een voorbeeld van het zogenaamde postmodernisme? Op grond van de beelden die Joost van den Toorn maakte in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw is daar wel iets voor te zeggen. De kunstenaar zelf zal, naar ik vermoed, met de betiteling ‘postmodern’ echter niet in zijn schik zijn. Toen ik hem jaren geleden sprak en in verband met zijn werk de term postmodernisme liet vallen, reageerde hij nogal ongelukkig. Van den Toorn heeft meer dan eens aangevoerd dat hij, wars van allerlei vormen van kunsttheorie, als kunstenaar zijn eigen gang gaat. Die houding is begrijpelijk. Geen enkele kunstenaar is geneigd om zijn werk te beschouwen als de uitwerking van andermans ideeën. Bovendien wordt er over het postmodernisme tot op de dag van vandaag zeer afwijzend geoordeeld. Dat afwijzende oordeel wordt overigens ook weer niet door iedereen gedeeld. De meningen lopen uiteen en dat alles bij elkaar opgeteld, dwingt ertoe om, alvorens in te gaan op het werk van Van den Toorn, eerst te bepalen wat er onder postmodernisme verstaan kan worden. Dat laatste lijkt echter onmogelijk zonder het af te zetten tegen wat eraan voorafgaat, en laat ik met de aanduiding daarvan dan maar beginnen.


maandag 28 oktober 2013

BAS VAN DEN HURK: STOMTOEVALLIG EN ONONTKOOMBAAR

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Bas van den Hurk over zijn werk
Datum gesprek: 17 oktober 2013

Beeldend kunstenaar Bas van den Hurk (Tilburg, 1965) studeerde aan de afdeling Monumentale Vormgeving en Schilderkunst van Academie St.Joost in Breda en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam waar hij in 1996 zijn doctoraalexamen behaalde. Bas van den Hurk is behalve kunstenaar, docent theorie aan MFA AKV/ST.Joost en mede-oprichter en organisator van Whatspace, een platform voor de productie en presentatie van kunst met een steeds wisselende basis in Nederland en daarbuiten.

Je werk oogt complex. Je hebt wel eens gezegd dat je in je atelier intuïtief te werk gaat, maar schuilt achter dat intuïtieve handelen ook niet een idee over hoe je werk eruit moet zien?
Wat ik met het woord intuïtie bedoel, is zeker niet dat ik min of meer blanco of in een roes aan het werk ben. Ik ben al lang werkzaam als kunstenaar, ik heb veel gezien, ik denk na over mijn werk en dat van anderen en ik heb in de loop van de tijd ook aardig wat gelezen. Die achtergrond kun je terwijl je werkt niet vergeten of uitschakelen. Ik heb me met de uitspraak dat ik intuïtief te werk ga ook willen afzetten tegen een kunstopvatting die kunst voorstelt als een vorm van kennisproductie. Voor mij is kunst dat nu juist niet. Kunst is een manier om je uit te drukken in de taal en de materialen van de kunst. Intuïtief werken wil voor mij zeggen dat je tast en zoekt naar wat zich via het materiële uitdrukt. Kennis komt daarbij van pas, maar wat zich via het materiële uitdrukt is niet zomaar te vatten. Wat de heterogene materialiteit van een werk oproept valt – in ieder geval ten dele – buiten het begrijpelijke en het zegbare.

dinsdag 20 augustus 2013

KLAAS KLOOSTERBOER: IK BEN NIET DE BAAS

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Klaas Kloosterboer over zijn werk
Datum gesprek: 14 augustus 2013

Beeldend kunstenaar Klaas Kloosterboer (Schermer 1959) koos na de middelbare school aanvankelijk voor een opleiding tot tekenleraar, maar doorliep uiteindelijk van 1979 tot 1983 de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Werk van Klaas Kloosterboer maakt samen met dat van Jim Shaw en Chris Martin deel uit van de tentoonstelling XXXL Painting die tot en met 29 september 2013 is te zien in de Onderzeebootloods in Rotterdam. In september 2013 openen maar liefst drie andere tentoonstellingen van Kloosterboers werk: een dubbeltentoonstelling in Galerie Van Gelder en Ellen de Bruijne Projects in Amsterdam en Galerie Sassa Trülzsch in Berlijn.

Je werk is niet eenvoudig te duiden. Nu heb ik altijd de hoop dat je een kunstenaar kunt vragen om zijn werk uit te leggen. Maar is dat werk voor jou als maker wel een open boek, of eerder een onderneming waarvan de uitkomst en de betekenis vooralsnog niet vaststaan en waarnaar ook jij hoogstens kunt gissen?
Onlangs is de fotograaf en beeldend kunstenaar Allan Sekula overleden. Die zei ooit: ‘fotograferen is denken’. Ik denk dat hij bedoelde dat fotograferen niet een kwestie is van simpelweg op een knopje drukken. Je moest er bij nadenken. Sekula’s uitspraak veronderstelt dat denken en handelen samen kunnen gaan. Zoiets zou ik wel willen bereiken, maar wat mij betreft gaapt tussen denken en doen een paradoxale kloof. Denken is niet zelden twijfelen over handelen en ook vaak het uitstellen van handelen. Aan de andere kant: denken is nodig. Je kunt niet steeds blindelings handelen. Je moet er over nadenken, maar dat zit het handelen dan weer in de weg. Dat ik weet wat ik doe en doe wat ik weet, kan ik niet zeggen. Dat is ook niet wenselijk, denk ik. Ik werk als kunstenaar in mijn atelier om iets onverwachts mee te maken en om iets uit te vinden wat ik daarvoor nog niet wist of inzag. Als het resultaat van mijn werk overeen zou komen met wat ik wist of inzag of had bedacht vóór ik er aan begon, zou ik het niet beschouwen als werk.

woensdag 22 mei 2013

MARTIJN SCHUPPERS: VOORUITGANG IN DE KUNST

Categorie: interview
Onderwerp: beeldend kunstenaar Martijn Schuppers over zijn werk
Datum gesprek: 17 april 2013

Martijn Schuppers (Almelo 1967) studeerde eind jaren tachtig en begin jaren negentig aan de Groningse Academie Minerva en vervolgde zijn studie, eind jaren negentig, met een masteropleiding aan het Frank Mohr Instituut. Hij wordt in Nederland vertegenwoordigd door de Amsterdamse galerie VOUSETES ICI, woont en werkt in Groningen en geeft les op de kunstacademie waar hij zelf werd gevormd.

Heb je ooit overwogen om op te houden met schilderen?
Meer dan eens, maar op een of andere manier ben ik niet in staat geweest om aan het schilderen te ontkomen. Ik heb er ook wel aanleg voor. Als kind tekende ik al veel. Tekenen en schilderen naar waarneming gingen me op de kunstacademie gemakkelijk af. Dat had zo zijn gevolgen. Eind jaren tachtig was de kunstacademie nog verdeeld in kampen. Je had de figuratieven, zoals Matthijs Röling, die wilden aanknopen bij de traditie van de figuratieve schilderkunst, en het kamp van de afgeleide waarneming, de abstracten. Die kampen gingen niet altijd vriendelijk met elkaar om. Omdat ik behoorlijk kon tekenen en schilderen naar waarneming werd ik automatisch tot het eerste kamp gerekend. Ik werd beschouwd als een belofte voor de figuratie.

DE BEMIDDELENDE ONTWERPER

Er bestaan in Nederland grofweg twee soorten ontwerpers. De eerste soort wordt gevormd op een kunstacademie waar ook onderwijs wordt gegeven in disciplines als grafische vormgeving, vrije kunst en mode. De intellectuele horizon op een kunstacademie is de kunst- en ontwerpgeschiedenis. Tot voor kort begonnen aan kunstacademies opgeleide ontwerpers na hun studie veelal een eigen praktijk en ontwierpen ze vormgevingsproducten voor een betrekkelijk klein publiek van kenners en liefhebbers. De andere soort ontwerper wordt gevormd op wat vroeger de hts heette, de hogere technische school, en wat tegenwoordig de faculteit techniek van een hogere beroepsopleiding is. Verwante opleidingen zijn daar werktuigbouwkunde, technische bedrijfskunde, embedded systems engineering en elektrotechniek. De horizon wordt hier vooral bepaald door de ontwikkelingen in de techniek en de praktijk van het bedrijfsleven, zo lijkt het. Maar wat weten we werkelijk van ontwerpers zoals ze aan technische faculteiten worden opgeleid? Over hun werk is in krantenbijlagen en modetijdschriften niet zoveel te lezen. Hieronder volgen interviews met studenten en met de onderwijscoördinator van de opleiding Industrieel Product Ontwerpen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, met een aan die opleiding afgestudeerde ontwerpster, Lilian van Daal, en met de lector Duurzame Energie, Piet Sonneveld.

donderdag 24 januari 2013

ALFRED EIKELENBOOM: UTOPISCHE MODELLEN

Categorie: interview
Onderwerp: Alfred Eikelenboom over zijn werk en ontwikkeling als kunstenaar
Datum gesprek: 17 januari 2013

Alfred Willem Eikelenboom (1936, Tegal, Indonesië) kwam voor de Tweede Wereldoorlog met zijn ouders naar Nederland en groeide op in Den Haag. De kunstenaar, die tegenwoordig in Dordrecht woont, ontwikkelde in de jaren zestig zijn Utopische Modellen, verkenningen op de grens tussen architectuur en sculptuur, die hij in de jaren zeventig en negentig tentoonstelde in het Haags Gemeentemuseum en Museum Boijmans Van Beuningen. Alfred Eikelenboom realiseerde in 1987 op het Amsterdamse IJplein De Muur, een project in de openbare ruimte waarvoor hij werd uitgenodigd door toedoen van onder andere Rem Koolhaas, die de omringende nieuwbouw ontwierp. Voor zijn werk ontving Eikelenboom in 2002 de oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

SUBCULTUUR: Dagschotel, Rave Train, Camping Comfort Zone, PopupKlup en 8Bahn



Waarom aandacht besteden aan de lokale feest- en muziekscene op een blog dat gewoonlijk is gewijd aan beeldende kunst en ontwerp? Het antwoord is, omdat het in de muziek- en feestscene hoe dan ook gaat om smaakontwikkeling en, in het verlengde daarvan, om symbolische zelfbepaling, groepsvorming en afbakening tegenover andere groepen en smaken. De lokale feest- en muziekscene is met andere woorden een cultureel verschijnsel, weliswaar onderscheiden van traditionele, gevestigde culturele orde, maar daarom niet minder de moeite waard.


Cees van Dijk: Dagschotel
Datum gesprek: 19 december 2012

Cees van Dijk (1991) behaalde zijn vwo-diploma aan het Arentheem College in Arnhem en bezocht daarna de Vrije Hoge School in Driebergen. Cees van Dijk woont in Utrecht en in Arnhem en overweegt om volgend jaar muziekmanagement aan de HKU te gaan studeren. Hij is met Janai Shiboleth de organisator van Dagschotel, een maandelijkse gebeurtenis in het Arnhemse popcentrum Willemeen.

Hoe noem je jezelf, dj of zoiets?
Nee, zeker geen dj. Iedereen noemt zich tegenwoordig dj. Ik draai, maar ik organiseer ook.