vrijdag 12 juli 2019

ANOUK MASTENBROEK EN ALPHONS TER AVEST OVER MIR PROJECT



Afbeelding 1 Future City Festival Arnhem 2012.

Categorie: interview/Onderwerp: MIR PROJECT /Auteur: Peter Nijenhuis/Datum gesprek: 3 juli 2019

MIR is een mobiele, interdisciplinaire werk- en expositieruimte die sinds 2010 langs braakliggende terreinen en randgebieden door Nederland reist. MIR kan worden opgeborgen en van plaats naar plaats worden vervoerd in een container. Een eigen windkrachtinstallatie zorgt voor stroom. MIR wordt praktisch en inhoudelijk gedragen door een collectief. De organisatorische krachten achter dat collectief zijn de beeldende kunstenaars Anouk Mastenbroek (Groningen, 1990) en Alphons ter Avest (Hengelo Overijssel, 1960). Wat waren de ervaringen van de afgelopen jaren en wat staat er op het programma voor 2019 en 2020?

Hoe kwam het MIR-paviljoen tot stand?
ALPHONS TER AVEST: In 2008 had ik samen met een aantal Arnhemse kunstenaars een atelier in een oude school in de wijk Presikhaaf. De school zou worden afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. We konden verkassen naar een volgend leegstaand pand dat op den duur ook weer zou worden afgebroken enzovoorts, enzovoorts, maar we vroegen ons af of er voor het eeuwige atelierprobleem niet wat anders was te bedenken. Moest je om te beginnen per se vasthouden aan het idee van een eigen kunstenaarsatelier? Kon je als kunstenaar niet gaan samenwerken met anderen uit de hoek van het bedrijfsleven, het wetenschappelijk onderzoek en het onderwijs? Ten slotte worden er in die sectoren ook experimenten gedaan, proefopstellingen gemaakt en worden de resultaten daarvan gedeeld door middel van presentaties. De behoefte aan werk- en experimenteerruimtes die je naar behoefte kunt uitbreiden, inkrimpen of anderszins kunt aanpassen, bestaat niet alleen bij kunstenaars. De denkbare voordelen van samenwerking zijn legio. Als een bouwbedrijf een proefmuur bouwt, om u eens een heel simpel voorbeeld te geven, waarom zou een kunstenaar die dan niet kunnen gebruiken als projectiewand? Uit dat soort overwegingen kwam het plan voort om op een braakliggend terrein in het landschapspark Lingezegen aan de provinciale weg A325 tussen Arnhem en Nijmegen een symbiotische nederzetting te stichten, een vrijplaats waar het hele veld dat betrokken is bij wetenschap, techniek en kunst aan de slag zou kunnen gaan. Voor ons als kunstenaars had dat plan trouwens ook een ander aantrekkelijk aspect. Door aan te knopen bij niet-artistieke processen, zou het de kunst en ons als kunstenaars buiten onze eigen, hoe dan ook beperkte kring brengen.






 


 






 Afbeeldingen 2 t/m 10: 2 Cobercoterrein Arnhem 2018. 3 Go Short Festival Nijmegen 2018. 4 De Nieuwe Stad Amersfoort 2018. 5 Future City Festival Arnhem 2012. 6 Brachensiedlung Duisburg 2010. 7 idem. 8 idem. 9 idem. 10. Brachensiedlung Arnhem 2010.

Maar dat plan heeft het niet gehaald.
ALPHONS TER AVEST: We kregen op dat moment de provincie niet mee. Misschien waren we te vroeg. Maar daarom gaven we niet op. Met een kring van mensen bleven we erover nadenken en ook Edwin Verdurmen van het Arnhemse architectuurcentrum CASA zette zich op een gegeven moment in voor het plan. Er deed zich een kans voor toen we ons plan met ondersteuning van CASA konden presenteren bij het Mondriaan Fonds. De adviseurs van het Mondriaan Fonds zagen er wel wat in, maar gaven ons het achteraf gezien zeer praktische advies om als eerste stap een eigen, mobiel paviljoen te bouwen. Dat bleek niet zo eenvoudig. Uiteindelijk kwam er dankzij de steun van Stichting G.A.N.G. en dankzij de adviezen van zonnewering- en tentenmaker De Markies uit Nijmegen een door mij ontworpen Buckminster Fuller-achtige constructie uit de bus van driehoekige aluminium elementen waarin een tent kon worden gehangen. Venema Technisch Bedrijf uit Arnhem en Victron Energy uit Almere sponsorden de windkrachtinstallatie. Ook andere bedrijven, zoals als Accoya en Draaistroom Nederland, waren bereid om te helpen met kennis en materialen.

MIR, het transportabele object dat in 2010 gereedkwam, is niet, zoals in het oorspronkelijke plan, geland in een op een vaste plek gevestigde nederzetting van experimentele wetenschap, techniek, kunst en onderwijs. MIR sloot zich op wisselende plaatsen aan bij projecten die zijn te omschrijven als placemaking: het mentaal en fysiek ontginnen van braakliggende of verafgelegen terreinen door ze een tijdelijke culturele, educatieve en sociale bestemming te geven. De steun van Rob Groot Zevert, in het verleden verbonden aan Stichting G.A.N.G. en nu Studio Omstand, was daarbij van groot belang. In 2010 was MIR onderdeel van het door Stichting G.A.N.G georganiseerde project Brachensiedlung dat langs door de industrie verlaten plekken in Duisburg, Arnhem en Nijmegen trok. MIR sloot in 2012 aan bij het Future City festival, georganiseerd door Willem Hofstede in opdracht van de gemeente Arnhem om de kansen van de stad van de toekomst aan de orde te stellen en in 2013 bij de Mode Biënnale in het Burgers' Zoo. Een tweede MIR was vanaf 2011 min of meer een permanent onderdeel van het project Woeste Gronden, en daarna van het project Code Rood, op het voormalige militaire oefenterrein aan de Arnhemse Koningsweg. Er zijn nog een reeks andere plekken en projecten te noemen: een wat langer verblijf in Amersfoort en deelname aan kortstondige festivals in Amsterdam, Nijmegen, Radio Kootwijk en elders. Wat zijn de conclusies die jullie uit al die projecten hebben kunnen trekken?
ANOUK MASTENBROEK: Een zeer positieve ervaring was het project dat we in 2018 uitvoerden in Amersfoort op een braakliggend terrein bij de Nieuwe Stad, een voormalig industriecomplex dat door Schipper Bosch en de gemeente Amersfoort opnieuw wordt ontwikkeld. De deelnemende kunstenaars hadden de tijd om na te denken over een voor de plek geschikt werk en om dat vervolgens uit te voeren. Een werk maken voor het MIR-paviljoen is, gezien de aard van het paviljoen zelf en de omgeving waar het wordt geplaatst, voor kunstenaars per definitie een ongebruikelijke opgave. Dat kan leiden tot verrassende resultaten. Jitske Bakker, bijvoorbeeld, maakt gewoonlijk tekeningen van een niet te groot formaat. Voor de expositie in het MIR-paviljoen in Amersfoort maakte ze een sculptuur, weliswaar van betekend papier, dus een medium waar ze vertrouwd mee is, maar toch in een heel andere vorm en van een andere schaal dan ze tot dan toe gewoon was. Voor dat soort verrassingen moet je wel de tijd en de omstandigheden hebben. Festivals zijn wat dat betreft een verhaal apart. Ze duren meestal niet zo lang. Omdat festivals beeldende kunst niet als hoofdthema hebben, heb je de gelegenheid om beeldende kunst te tonen aan een publiek dat daar niet zo vertrouwd mee is. Dat is weliswaar een enorm winstpunt, maar er zijn beperkingen. We worden vaak benaderd door festivalorganisatoren, wat aantoont dat de MIR-formule werkt. In veel gevallen betekent deelname aan een festival ook ruil. MIR kan zijn programma tonen, maar moet het paviljoen in ruil ter beschikking stellen voor festival-activiteiten. Door dat soort zaken kun je je greep op de inhoud kwijtraken en dat willen we natuurlijk niet. Voor ons is kunst de hoofdzaak en ook al willen we de kunst op ongebruikelijke plekken en binnen een ongebruikelijke context presenteren aan een groot en algemeen publiek, kunst heeft ook een autonome kant, die je moet kunnen bewaken.























Afbeeldingen 11 t/m 22: 11 installatie Domas van Wijk, Cobercoterrein Arnhem 2018. 12 Rosa Helldorfer en Anouk Mastenbroek, MIR i.s.m. Bouwlab Nijmegen 2016. 13 Jelle Buma, Nijmegen 2016. 14 idem. 15 Jitske Bakker, De Nieuwe Stad Amersfoort 2018. 16. De Nieuwe Stad Amersfoort 2018. 17 Wouter Klein Velderman, Woeste Gronden Arnhem 2013. 18 Linda Nieuwstad, Woeste Gronden Arnhem 2015. 19 Suzan Drummen, De Nieuwe Stad Amersfoort 2018. 20 idem. 21 idem. 22 Jerome Symons, Code Rood Arnhem 2016.

Speelt dat laatste een rol bij jullie activiteiten in de komende tijd?
ANOUK MASTENBROEK: In augustus 2019 staat het MIR Project bij de voormalige tramloods aan de haven van Doesburg. De tramloods wordt sinds 2017 ontwikkeld door LOC 17, een ondernemersgroep. We zijn gevraagd in het kader van een manifestatie die de Doesburgse vestingwallen als thema heeft. Dat thema vonden we net iets te weinig ruimte bieden. We hebben de vrijheid genomen om voor het programma van het MIR Project een wat breder uitgangspunt te kiezen. Doesburg is gemeten naar hedendaagse verhoudingen, een kleine provinciestad. Maar in de middeleeuwen was Doesburg dankzij het economische verkeer over de IJssel een bloeiend handelscentrum. Doesburg is fysiek voor een groot deel nog steeds wat Amsterdam ooit in de Middeleeuwen was. De tijd heeft in beide steden een andere loop genomen. Tijd is iets wat ons interesseert. Tijdens het festival Zone2Source in het Amsterdamse Amstelpark hebben Alphons en ik kennis gemaakt met Joke Hermsen, schrijver en filosofe. Ze houdt zich, onder andere in haar boek Stil de tijd, bezig met de spanning tussen de statische, lineaire opvatting van tijd, belichaamd door de mythologische figuur Chronos, die ons door de economische omstandigheden van buitenaf wordt opgelegd, en, daar tegenover, onze subjectieve en kwalitatieve ervaring van de tijd, belichaamd door Kairos. De laatste, onontbeerlijk als innerlijke bron van levenslust, vitaliteit en vindingrijkheid, komt door de eerste en de daarmee verbonden ervaring van haast, tijdgebrek, leegte en herhaling, voortdurend in verdrukking. Ons programma in Doesburg is een poging om opvattingen over tijd en verandering te gebruiken als een vertrek- en reflectiepunt voor beeldende kunst. We hebben drie kunstenaars uitgenodigd om de in zijn middeleeuwse vorm geconserveerde stad Doesburg en zijn huidige bewoners en stadsuitbreidingen in beeld te brengen. We zijn erg blij met de deelname van Gerco de Ruijter, een kunstenaar-fotograaf die zijn sporen verdiende met het op een ongebruikelijke, en daardoor de ogen openende wijze in beeld brengen van door menselijk ingrijpen gevormde nieuwe landschappen. Een qua schaal en intimiteit heel andere benadering is die van Annegien van Doorn. Zij richt zich op de tuinen van de Doesburgenaren en hoe ze door middel van die tuinen persoonlijk gekleurde veranderingen aanbrengen in hun directe omgeving. Hans Wijninga, de derde kunstenaar die aan het project in Doesburg deelneemt, brengt de stad in beeld met behulp van scanapparatuur. Die apparatuur levert digitale wolken van meetpunten op waar Wijninga zich op zijn beeldscherm doorheen beweegt om vervolgens foto's te maken. Eenvoudig uit te leggen is het niet, maar de techniek maakt het mogelijk om de stad te bekijken vanuit standpunten die je normaal gesproken fysiek niet kunt innemen.


















Afbeeldingen 23 t/m 30: 23 Erik Vinkenoog, Woeste Gronden Arnhem 2013. 24 Jaap Kroneman, Woeste Gronden Arnhem 2012. 25 Theo van Delft, De Nieuwe Stad Amersfoort 2018. 26 René Roeten, Woeste Gronden Arnhem 2012. 27 Caroline Evers, Cobercoterrein Arnhem 2018. 28 idem. 29 idem. 30 Lenneke van der Goot, proef algenkrijt 2019. 

Van oktober tot en met januari staan we op het terrein van de WUR, de Wageningen University & Research. We hebben een plan ingediend waar de WUR belangstelling voor had. Voor ons en de deelnemende kunstenaars is het een spannend idee om een tijd te kunnen werken en ons te kunnen presenteren in een gemeenschap van internationale studenten en onderzoekers. Op de planning staan lezingen van onder andere Marten Scheffer, een ecoloog. Marten Scheffer deed onderzoek en publiceerde over kantelpunten in ecologische systemen en betrok daarbij ook maatschappelijke ontwikkelingen. Het werk van Johan Rijpma, die Image and Media Technology studeerde aan de HKU, sluit daar in zekere zin bij aan. Rijpma's werk draait om de transformatie van alledaagse voorwerpen in door de kunstenaar vooraf uitgestippelde, maar wat hun verloop en uitkomst betreft, nooit helemaal beheersbare processen. Tijd, controle en onvoorspelbaarheid spelen ook een rol in het werk dat Lenneke van der Goot gaat maken. Samen met onderzoekers van de WUR wordt een tekenkrijt ontwikkeld dat na verwacht in de loop van de tijd zal gaan werken en verkleuren waardoor het werk in zekere zin een eigen leven gaat leiden.
 Er is een MIR Project voor 2020 in voorbereiding met de MIR-ambassadeur in Groningen, beeldend kunstenaar Joyce Zwerver. In het kader daarvan gaan beeldend kunstenaars Koos Buist en Wim Warrink vier maanden aan de slag op het Suikerterrein bij Groningen. Het Suikerterrein ligt rond het educatiecentrum van het Terra College, een mbo- school voor agrarische opleidingen. De MIR komt op een akker bij het educatiecentrum te staan. Het plan is om de vloer uit het paviljoen te laten en de bodem van de akker te gebruiken als vormende en beeldende factor. We zijn benieuwd wat de samenwerking met Suikerterrein Terra en de kunstenaars gaat opleveren.

Website MIR PROJECT
De MIR-projecten worden mede mogelijk gemaakt door financiële bijdragen van
Provincie Gelderland,  Mondriaan Fonds, Gemeente Doesburg, Prins Bernhard Cultuurfonds, Stichting Stokroos, Gemeente Wageningen en Wageningen University & Research.

 



 




Afbeeldingen 31 t/m 38: 31 Karel van der Eijk, MIR i.s.m. Bouwlab Nijmegen 2016. 32 idem. 33 idem. 34 Patty Struik, Woeste Gronden 2013. 35 idem. 36 idem. 37 idem. 38 idem.